Tuesday, June 26, 2007

DERDE WEG?

Zeg nooit nooit in de politiek. Geloof nooit politici die nooit zeggen. Denk aan Bart Somers - zou nooit de Mechelaars in de steek laten! Denk aan Hillary Clinton - zou nooit haar senaatszetel voor New York opgeven om bijvoorbeeld president te worden. En nu is er Michael Bloomberg. Hij is burgemeester van New York en dat blijft hij ook - zei hij eerder deze week - in de komende 925 dagen en 11 of 10 uur. Maar intussen is bekend geworden dat hij al twee jaar zorgvuldig de basis aan het leggen is voor een mogelijke presidentscampagne. En hoewel hij blijft herhalen dat hij geen plannen heeft om president te worden zet hij stap voor stap in die richting.


Bloomberg was ooit een Democraat. In 2001 werd hij Republikein om burgemeester van New York te worden. Nu verlaat hij de Republikeinse Partij om zich als onafhankelijke te profileren. Dat is een smart move van de burgemeester, want de Amerikanen zijn het politieke getouwtrek en de ideologische scherpslijperij van de Bushjaren grondig beu. Centrumfiguren als Arnold Schwarzenegger en burgemeester Bloomberg liggen daarom zo goed in de markt. Schwarzenegger is een Republikein maar regeert als een Groene en Bloomberg stond in bijna alle politieke en ideologische kwesties haaks op zijn partij: van Irak over wapenbezit tot abortus. De burgemeester gaat in Manhattan met de metro naar het werk en hij wil op korte termijn de 20000 taxis in de stad verplichten met hybriede auto's te rijden. Goed bestuur is het handelsmerk van zowel de tycoon Bloomberg als de voormalige bodybuilder Schwarzenegger. De goeverneur kan - voorlopig - geen president worden omdat hij niet in de VS is geboren, de burgemeester heeft dat probleem niet.

Maar Bloomberg beseft dat de weg naar het Witte Huis voor een onafhankelijke of de kandidaat van ewen derde partij bezaaid ligt met hindernissen. Hij moet op de stembrief komen in alle vijftig staten en hij of zij moet een meerderheid van kiesmannen voor zich winnen. Ross Perot, een steenrijke zakenman als Bloomberg, heeft het in 1992 geprobeerd: hij haalde 19% van de stemmen maar geen enkele kiesman en was daardoor kansloos. Bloomberg is naar verluiidt bereid een half miljard dollar van zijn eigen fortuin te besteden aan de campagne maar hij begint er niet aan als hij niet zeker is dat hij een kans heeft om te slagen.

Het wordt dus in elk geval een uitzonderlijke presidentscampagne: met een Afrikaans-Amerikaanse kanshebber en een vrouw als frontrunner bij de Democraten. Laat er nu nog een kandidaat van de derde weg bijkomen, dan mogen we voor één keer misschien wel het woord "historisch" gebruiken.

BILL EN HILLARY SOPRANO?

Bill Clinton heeft besloten een grotere rol te gaan spelen in de campagne van Hillary. Misschien was zijn optreden in een parodie op De Soprano's daar de eerste aanzet toe. Na acht jaar is de populaire soap over de mafiafamilie in New Jersey ermee gestopt - het scherm ging in de laatste aflevering letterlijk op zwart.


Misschien willen Bill en Hillary een graantje meepikken van de hype en de populariteit van de Soprano's. Maar of het verstandig is om de naam van de Clintons met die van een mafiaclan te verbinden?



UITSLAANDE BRAND

Het hoofdgebouw gaat in de vlammen op en de brandweer slaagt er niet in de belendende percelen te redden. De regering Bush en de neocons hadden een mooie droom: Irak zou na het verdwijnen van de dictator een lichtend voorbeeld worden voor de democratie in dat olierijke deel van de wereld. Het pakte anders uit: de fakkel van de vrijheid stak een uitslaande brand aan van Gaza tot Libanon.

De geschiedenis van de regering Bush in het Midden-Oosten is er een van blunders, misrekeningen, mythes en illusies. De neocons die de grootse visie voor een ander Midden-Oosten op de tekentafel legden zijn grotendeels van het toneel verdwenen: sommigen met stille trom zoals de beruchte Douglas Feith, de onderminster van defensie verantwoordelijk voor de wederopbouw van Irak, anderen in een geur van schandaal en corruptie zoals Paul Wolfowitz, de onfortuinlijke (ex-)voorzitter van de Wereldbank.

133_abrams-elliott.jpgDe laatst overgebleven neocon in het Witte Huis, Elliott Abrams, wordt in grote mate verantwoordelijk geacht voor het debacle in Gaza. Abrams draagt de ronkende titel van Deputy National Security Advisor for Global Democracy Strategy, en is in die hoedanigheid rechtstreeks verantwoordelijk voor het realiseren van de "Democratische Droom" in het Midden Oosten. Abrams had eerder al naam gemaakt als een van de hoofdrolspelers in het Iran-Contraschandaal: de clandestiene wapenhandel tussen Iran en de Contra's, de tegenstanders van de Sandinistische regering in Nicaragua in de jaren tachtig. Hij werd daarvoor veroordeeld maar kreeg amnestie van president Bush I, de vader van de huidige president.

Volgens de website van Conflicts.forum, een groep die werkt aan betere relaties met de politieke islam, pleitte Abrams kort na de verkiezingsoverwinning van Hamas voor een " harde coup:" de gewelddadige omverwerping van elke regering met Hamas. Dat moest gebeuren via door de Verenigde Staten gesteunde en bewapende milities. De feiten lijken erop te wijzen dat Abrams zijn zin heeft gekregen. Fatah heeft openlijk de kant van Washington gekozen en is daarvoor beloond met een bonanza aan wapens. Volgens de Israelische krant Ha'aretz kregen de veiligheidsdiensten van Aboe Mazen (Mahmoed Abbas) alleen al voor meer dan 86 miljoen dollar wapentuig dat bedoeld was om "terroristische structuren" uit te schakelen.

Dat de coup in Gaza is uitgedraaid op een overwinning voor Hamas is een van de vele neoconservatieve misrekeningen. Israel krijgt nu niet alleen te maken met een pseudo-Palestijnse staat op de Westbank maar ook met een Islamitische republiek in wording aan zijn grens met Gaza. Washington probeert er maar het beste van te maken en de nederlaag van Fatah om te buigen tot een overwinning. Het machteloze regime van Aboe Abbas krijgt nu alle financiele middelen die de Hamasregering moest ontberen en Fatah wordt de gesprekspartner met wie "zaken kunnen worden gedaan." Vergeet even dat de organisatie van Yasser Arafat decennialang werd gedemoniseerd als een bende terroristen.

Of het zal werken? Robert Malley van de International Crisis Group en Aaron David Miller van het Woodrow Wilson Center wijzen er in de Washington Post terecht op dat Fatah intussen ook op de Westbank alle geloofwaardigheid aan het verliezen is. Als ideologisch of organisatorisch coherente groep bestaat Fatah niet langer, schrijven ze. Bovendien lijkt het Witte Huis voorbij te gaan aan het feit dat geen enkele Palestijnse leider het zich kan veroorloven om Gaza simpelweg af te schrijven en de Palestijnse natie verder te versplinteren.

In de droomwereld van de neocons kan een succesrijke Palestijnse staat op de Westbank de Palestijnen in Gaza ervan overtuigen dat hun belangen best worden gediend door goede vrienden te zijn met Amerika en dat de religieuze fundamentalisten van Hamas niets anders te bieden hebben dan uitzichtloos geweld en armoede. Het is de zoveelste illusie. De gebeurtenissen in Gaza hebben bewezen dat de politiek om Hamas te isoleren het omgekeerde effect heeft.
Het lijkt er hard op dat ook op de regering Bush en de neocons van toepassing is wat de Israeli's graag over de Palestijnen zeggen: Ze hebben nog nooit een kans laten liggen om een historische kans te missen.

Zie ook: Jonathan Steele in THE GUARDIAN

Thursday, June 07, 2007

FOR ENGLISH PRESS ONE

For English, press one, para Español empuje dos. Je ziet het op alle bankautomaten, en je hoort het als je de telefoon opneemt en een automatisch antwoordsysteem aan de andere kant van de lijn krijgt, meestal dus. Congressman Tom Tancredo wordt er vreselijk zenuwachtig van. Amerika is een tweetalig land aan het worden en tweetalige landen, dat werkt niet, zei hij onlangs op een debat van Republikeinse presidentskandidaten. Tancredo wil de kruipende reconquista van Noord-Amerika een halt toeroepen en daarom is hij kandidaat voor het presidentsschap met als enige thema: hou Amerika blank en Engelstalig en stop de immigratie (ook de legale!)


Immigratie is een gloeiend heet verkiezingsthema geworden en ook de andere conservatieve kandidaten doen hun best om mee te surfen op de golf van xenofobie die Amerika af en toe schijnt te overspoelen. Het is een oorlog, meneer, zei me vorig jaar een leider van de Minutemen - volksmilities die zich geroepen voelen de grens te beschermen door gewapend te patrouilleren en jacht te maken op illegalen. Mexico heeft Amerika in het geheim de oorlog verklaard en wil het Noorden heroveren, niet met tanks en kanonnen , maar door legers illegalen de grens over te sturen. Hij wei het in alle ernst. Ze werken in de voedingsindustrie en brengen alle soorten ziektes het land binnen, zei een bezorgde oma die met pistool om de gordel de wacht optrok in de woestijn van Arizona.

Lou Dobbs, de populistische ankerman van CNN, voert in zijn dagelijks programma een niet aflatende campagne tegen de immigranten uit het Zuiden. De woorden illegal aliens liggen hem in de mond bestorven - meestal in één adem met invasion. Dobbs suggereerde onlangs dat de illegalen verantwoordelijk zijn voor een opflakkering van lepra in de Verenigde Staten. Zijn schijnargumenten komen ons bekend voor: immigranten zijn verantwoordelijk voor de hoge misdaadcijfers (in werkelijkheid is de criminaliteit onder immigranten lager dan in andere bevolkingsgroepen) en ze pakken de jobs af van de Amerikanen. Sinds kort bespeelt Dobbs een ander thema uit het rijk van de mythologie: immigranten en hun verdedigers willen de Verenigde Staten laten opgaan in Amexcan, een nieuwe hybriede natie met Mexico en Canada.

Gematigde Republikeinen en Democraten hebben in de Senaat nu met steun van het Witte Huis een moeizaam compromis bereikt over een nieuwe immigratiewet die onder andere de 12 tot 14 miljoen illegalen in het land de mogelijkheid biedt op termijn te worden geregulariseerd. De voorwaarden zijn niet min: een fikse boete betalen, teruggaan naar het land van herkomst en achter in de rij gaan staan om de lange procedure te doorlopen die leidt tot het staatsburgerschap. Toch roepen tegenstanders - inclusief negen van de tien Republikeinse presidentskandidaten - hardop: Amnestie! En dat is de strijdkreet van rechts tegen elke vorm van regularisering.

Wat er dan wél met de illegalen moet gebeuren, daarover is niemand echt duidelijk. Behalve dan misschien Tancredo die waarachtig lijkt te geloven dat het te doen moet zijn om die twaalf miljoen in bussen en wellicht legertrucks te laden en manu militari naar Mexico te deporteren. Wie dan de sinaasappels zal plukken in Californië, de straten zal vegen en op de kinderen zal passen is een vraag die Tancredo en consoorten onbeantwoord laten.

Thursday, May 31, 2007

BLOGGERS ALLER LANDEN

Hij is de man die de planeet kan redden - en in één moeite door ook nog Amerika en de Democratische partij. Andrea Ronhovde zei het bijna letterlijk zo terwijl ze in de lange rij stond te wachten om naar een toespraak van haar idool te luisteren en haar exemplaar van zijn pas verschenen boek te laten signeren. Al Gore is de naam. In een vorig leven vice-president in het Witte Huis van Bill Clinton en de laatste jaren omgeschoold tot prijswinnende documentairemaker en schrijver van politiek-wetenschappelijke bestsellers.

Met zijn jongste boek The Assault on Reason - Aanslag op de Rede - lijkt hij weer op weg naar de top van de bestsellerslijsten en wie weet ook naar het Witte Huis. Geen bijbedoelingen, zegt Al Gore zelf. Hij heeft een nieuwe roeping gevonden en die ligt buiten het politieke speelveld. Beweert hij, maar niemand gelooft hem echt. Waarom schrijft iemand - een door de wol geverfde politicus bovendien - een uitgewerkt politiek pamflet in de aanloop van de presidentsverkiezingen?

Hij sprak voor eigen parochie daar aan de George Washington Universiteit. Honderden stonden een paar uur in de rij om een plaatsje te bemachtigen in het auditorium. Een paar dissidenten ook: ontkenners van de klimaatwijziging en diehard tegenstanders van alles wat naar regulering ruikt. Gore verkoopt onze economie uit aan landen als China en India als hij het voor het zeggen krijgt zei één van hen, wellicht wat voorbarig, het Witte Huis is nog ver. Een ander wuifde de wetenschappelijke consensus over klimaatwijziging weg met een verwijzing naar de middeleeuwers die het er ook roerend over eens waren dat de zon rond de aarde draait.

In de aula werden de tegenmanifestanten prompt overstemd door het trouwe publiek dat gekomen was om het ook eens van een ander te horen: hoe Bush en Cheney het land voor aap hadden gehouden en in het Irak avontuur hadden gestort (wild applaus), hoe de media hun rol van waakhond hadden verwaarloosd (applaus) maar ook dat de Amerikanen zelf een groot deel van de verantwoordelijkheid dragen door ruggengraatloos achter hun leiders en de rattenvangers van de kabeltelevisie aan te lopen (beschaafd applaus).

Het was niet de stijve Gore van weleer op het podium. Hij wandelde professoraal van de ene kant naar de andere, hij kreeg de zaal af en toe aan het lachen en was zelfs niet helemaal gespeend van zelfspot (Als je een kortere uiteenzetting wil nodig je misschien best iemand anders uit). Wat is er mis met de Amerikaanse Democratie? is de vraag die de voormalige vice-president bezig houdt. De man die in 2000 het grootste aantal stemmen haalde maar toch de verkiezingen verloor is goed geplaatst om daarover te filosoferen. Zijn analyse leunt zwaar op de denkers uit de tijd van de Verlichting die de Rede centraal stellen. Als de Rede heerst, komt goed bestuur vanzelf, een gedachte die ook de leidraad was voor de Founding Fathers.

De media - televisie vooral - zitten de Rede vaak in de weg. Als het leven en de dood van Anna Nicole Smith wekenlang kamerbreed over de buis worden uitgesmeerd, als Britney Spears die haar hoofd kaal scheert de headlines beheerst of als de discussie over de gevangenisstraf van Paris Hilton die over oorlog en vrede verdrukt dan is er iets grondig fout. Als de president ten oorlog kan trekken zonder noemenswaardig debat in het Congres dan is de democratie zwaar ziek. Maar Gore klinkt wel erg naïef als hij beweert dat er beterschap op komst is. Het Internet zal het publieke debat weer op gang brengen, gelooft hij. Als de traditionele media tekort schieten zullen de bloggers alarm slaan en alternatieve nieuwskanalen aanbieden. Bloggers aller landen, Verenigt U!

Video: Gore in Washington

Wednesday, May 23, 2007

FLIPFLOP (2)


De Republikeinse kandidaten voor het presidentschap, tien oudere welgestelde heren, hielden hun tweede debat van deze verkiezingscampagne, dit keer in South Carolina. Saaiheid en voorspelbaarheid troef, was het niet van een paar kleurrijke uitspraken en een moment van giftige wederzijdse verwijten. Het ging erom wie de grootste flipflopper was in het gezelschap: Mitt Romney, de voormalige gouverneur van Massachusets verweet Johan McCain te flipfloppen over immigratie en belastingen. De voormalige koploper schoot terug: Ik heb mijn standpunt over abortus niet veranderd in pare en onpare jaren of naargelang van het kiespubliek, was zijn repliek.

McCain, Giuliani, Romney

Maar McCain, het toonbeeld van stabiliteit en beginselvastheid is zelf niet helemaal wars van flipfloppen. De kandidaten in South Carolina vielen over elkaar in hun ijver om Jerry Falwell te prijzen, die de dag van het debat plotseling was overleden. Falwell was de leider van Christelijk Rechts, de evangelische christenen die de Republikeinse basis beheersen. Hij zal worden herinnerd als de man die na 11 september de heidenen, de linksen, de homo's, de feministen en de Amerikaanse burgerrechtenunie mee verantwoordelijk noemde voor de aanslagen in New York en Washington. Eerder had hij ouders gewaarschuwd tegen de Teletubbies die volgens hem een homoseksuele levensstijl propageerden.


Ook John McCain prees deze prediker van de haat als een groot Amerikaan. Zeven jaar geleden, toen hij tegen presidentskandidaat George W Bush in het strijdperk trad, noemde hij hem en zijn collega's extreem rechtse predikers bij hun ware naam: agenten van de onverdraagzaamheid. McCain verloor de voorverkiezingen in South Carolina na een moddercampagne die naar alle waarschijnlijkheid was opgezet in het Bush-kamp. Maar dit keer beseft de kandidaat dat hij zonder de steun van de evangelische christenen kansloos is en daarom heeft hij in de aanloop tot deze campagne zijn bruggen met Christelijk Rechts hersteld. Vorig jaar hield hij de commencement toespraak (uitreiking van de diploma's) in de Liberty University, de zeer christelijke universiteit van wijlen dominee Falwell.

Rudy Giuliani, die op het vorige Republikeinse debat een modderfiguur had geslagen met zijn flipfloppen over abortus probeerde dit keer duidelijkheid te scheppen. Hij is tegen abortus verklaarde hij, maar tegelijk voorstander van de vrije keuze van de vrouw. Het is een standpunt dat water en vuur probeert te verzoenen maar het getuigt van een zekere moed om dit te verdedigen in het bolwerk van de fundamentalisten die met niets minder dan een absoluut neen tegen abortus onder alle omstandigheden genoegen nemen.
Maar Giuliani had het publiek op zijn hand toen hij de kans kregen om voor open doel te scoren met een one-liner over 11 september, die zijn imago bevestigde van harde tegen misdaad en terrorisme.


Paul Ron

Het was één van die zeldzame pittige momenten in een doorgaans kleur-en smaakloze woordenbrei. De Republikeinse kandidaat Ron Paul uit Texas (nooit van gehoord) gebruikte zijn moment van beroemdheid om op te merken dat de aanslagen van 11 september misschien wel eens iets te maken zouden kunnen hebben met de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten in het Midden Oosten en de bombardementen op Irak in de jaren voorafgaand aan 11 september. Niet zo een exotische verklaring - iets dergelijks is te lezen in het verslag van de congrescommissie over de aanslagen. Maar Giuliani had het publiek op zijn hand toen hij zei: Ik heb al veel absurde verklaringen voor 11 september gehoord maar dit slaat alles. Ron Paul is een Libertarian backbencher die altijd consequent tegen de oorlog in Irak heeft gestemd. Binnen de Republikeinse partij gaan nu stemmen op om hem van toekomstige debatten uit te sluiten.

FLIPFLOP

Ik stemde vóór het oorlogsbudget voor ik ertegen stemde. De onsterfelijke woorden waarmee presidentskandidaat John Kerry in 2004 zijn stemgedrag over de oorlog in Irak probeerde te verantwoorden leverden hem voor goed de bijnaam op van flipflopper: een politicus die zijn huik naar de wind hangt. De Republikeinen herhaalden het citaat tot in den treure en gemonteerd onder de videobeelden van een windsurfende John Kerry bezegelde het zowat het lot van zijn falende campagne. Maar wat blijkt nu? John Kerry en de Democraten zijn lang niet de monopoliehouders van het flipflopfenomeen. Ook de huidige presidentskandidaten van beide partijen hebben er een handje van weg.

Rudi Giuliani, de voormalige burgemeester van New York en koploper bij de Republikeinen flipflopt over abortus. Giuliani staat bekend als een voorstander van de vrije keuze, maar in een partij waar de ultraconservatieven en de evangelische christenen de dienst uitmaken komt dat niet zo goed van pas. Hoewel Giuliani het thema zoveel mogelijk probeert te vermijden wordt hij af en toe gedwongen een standpunt in te nemen.

Op het debat tussen de tien Republikeinse kandidaten vorige week werd hem uitdrukkelijk de vraag gesteld en het antwoord was verbluffend. Giuliani zou er geen probleem mee hebben zei hij als het Hoog Gerechtshof schoon schip zou maken met legale abortus en het fameuze Roe vs Wade-arrest uit de boeken zou schrappen. Overigens zou Giuliani als president strict constructivistische rechters in het Hoog Gerechtshof benoemen - dat is codetaal voor ultraconservatieven die tegen legale abortus zijn.

Giuliani schaart zich daarmee helemaal aan de kant van de pro-life activisten die al decennia lang met toenemend succes campagne voeren om Roe vs Wade ongedaan te maken. Pech voor de presidentskandidaat dat net nu - opnieuw - is uitgelekt dat hij tussen 1993 en 1999 financieel heeft bijgedragen aan Planned Parenthood - de grootste lobby voor de vrije keuze.

Mitt Romney, de voormalige gouverneur van Massachusetts en Giulani's rivaal voor het presidentschap was ook een verklaard voorstander van legale abortus. Romney heeft tenminste op Giuliani voor dat hij duidelijk is in zijn flipfloppen: hij is nu een uitgesproken tegenstander van vrije keuze. Zijn weg-naar-Damascusmoment kwam toen hij als gouverneur een standpunt moest innemen over menselijk klonen. Zijn verklaring is dat hij door de ethische problemen daaromtrent beter te bestuderen tot de conclusie is gekomen dat abortus verkeerd is. Romney is een Mormoon en dat maakt het voor hem dubbel zo moeilijk om de steun te krijgen van de evangelische Christenen. Vandaar wellicht dat hij - zij het wat laat - het licht heeft gezien.


Ook Hillary Clinton heeft haar standpunt over abortus bijgesteld. Hillary moet het imago van dolle feministe van zich afschudden, maar haar flipfloppen heeft veeleer betrekking op het allerheetste thema van deze campagne: de oorlog in Irak. Zoals bekend heeft senator Clinton eind 2002 voór de congresresolutie gestemd, die president Bush toestemming gaf om ten oorlog te trekken. Als ik toen had geweten wat ik nu weet... is Clintons verklaring voor haar misstap. Als ik toen had geweten dat de oorlog zo onpopulair zou worden ... vullen kwaadwillende commentatoren aan. Als ze president wordt maakt ze een einde aan de oorlog verklaart Hillary, maar op elke verkiezingingsbijeenkomt wordt ze achtervolgd door kritische vragenstellers die haar die fatale stemming in de senaat voor de voeten werpen.

Clintons rivaal Barack Obama heeft tot dusver een nagenoeg rechtlijnig parcours gevolgd. Nu heeft de senator uit Illinois het relatieve voordeel van de jeugdige onervarenheid. Hij was van bij het begin tegen de oorlog in Irak, maar hij zat nog niet in de Senaat toen er over de oorlogsresolutie moest worden gestemd. Op het stuk van veel andere politieke hete hangijzers is Barack nog een onbeschreven blad. Hij heeft dus nog tijd om de kunst van het flipfloppen onder de knie te krijgen.

Monday, May 21, 2007

HECKUVA JOB WOLFIE, FREDDO

Het is vaste prik: president Bush benoemt een vriend of politieke medestander of mede-gelovige in een hoge functie. Die gaat vroeg of laat uit de bocht, er komt zware kritiek, maar de president blijft manhaftig achter zijn man of vrouw staan. Daarna neemt de kritiek toe, de situatie wordt onhoudbaar en dan verdwijnt – bij voorkeur op een vrijdagavond na prime time – de omstreden figuur via de achterdeur. Heckuvajob Brownie, waren de beroemde lovende woorden van de president aan het adres van Michael Brown, de klungelende baas van het ministerie van rampenbestrijding toen die de bewoners van New Orleans na Katrina letterlijk had laten verzuipen. Een week later werd Brown aan de kant geschoven.

nm_wolfowitz_070508_ms-1.jpgHetzelfde is nu gebeurd met Paul Wolfowitz (zie: Armoedebestrijding). Nog geen week geleden zei president Bush hoezeer hij het werk van Wolfowitz aan het hoofd van de Wereldbank waardeerde. Paul Wolfowitz moest blijven, vond Bush en met de steun van de grote baas in de rug vocht Wolfowitz hardnekkig om zijn job te houden. Maar eerder deze week veranderde het Witte Huis de toonzetting: de waardering voor Wolfowitz bleef, maar nu heette het dat alle opties op tafel lagen. Wolfowitz wist dat daarmee het doek voor hem gevallen was en er bleef hem niets over dan vechten voor een zo eerzaam mogelijke aftocht.

Het probleem met de benoemingen van president Bush is een fenomeen dat ons Belgen niet helemaal onbekend is: politiek favoritisme. De conservatieve Heritage Foundation, die grote invloed heeft in het Witte Huis, formuleerde het in 2001 in een advies aan de president als volgt: verricht benoemingen op basis van - één - politieke loyauteit en - twee - expertise. De president heeft die raad bijzonder goed opgevolgd . Bij bijna alle topbenoemingen koos Bush voor loyale conservatieve Republikeinen, persoonlijke vrienden, mensen die hem in zijn verkiezingscampagne hadden geholpen of Evangelische christenen. Van de minister van justitie – een persoonlijke vriend - tot en met de huidige Amerikaanse ambassadeur in Brussel - Sam Fox, een grote geldschieter van de Bush-campagne in 2004 – allen beantwoorden ze aan dat stramien.

16nsa1903.jpgMaar de boemerang van de politieke benoemingen komt met een harde klap in het gezicht van de president terug. Op de schopstoel zit nu Alberto Gonzales, de minister van justitie die Bush trouw heeft gediend sinds diens dagen als gouverneur van Texas. Gonzales heeft het begrip politieke benoemingen een nieuwe dimensie gegeven door negen procureurs (Openbare Aanklagers) te vervangen door loyale Bushies zoals ze in een e-mail van het departement Justitie worden genoemd. De uitleg die de minister daarover in het Congres kwam verschaffen was zo klungelachtig dat zelfs vooraanstaande Republikeinen nu om zijn ontslag roepen.

Eerder deze week barstte nog een bom. Een voormalige vice-minister van justitie kwam in het Congres een bloedstollend verhaal vertellen over wat in 2004 met John Ashcroft, Gonzales’ voorganger op Justitie, was gebeurd. Ashcroft lag doodziek in het ziekenhuis toen hij door Gonzales – in die tijd de advocaat van het Witte Huis – onder druk werd gezet om zijn handtekening te zetten onder een besluit om het afluisteren van telefoongesprekken mogelijk te maken. Nu was John Ashcroft zelf een extreem conservatieve Evangelische christen, maar hij vond de afluisterplannen van het Witte Huis strijdig met de wet en hij had er zich altijd tegen verzet. De onthulling over de demarche van Gonzales was voor veel Congresleden de druppel die de emmer doet overlopen en de Democraten willen nu een vertrouwensstemming over de minister van justitie. President Bush – die zijn vriend om een of andere reden steevast Freddo noemt - vindt dat Gonzales moet blijven. Heckuva job Freddo!

Wolfowitz Video


IRAK BLUNDERBOEK

Over de Amerikaanse oorlog in Irak moet intussen een kleine bibliotheek zijn volgeschreven. Journalistieke werken van kritisch (The Assassins' Gate van New Yorker reporter George Packer) tot ronduit vernietigend (The Greatest Story Ever Sold van New York Times columnist Frank Rich), en veel veel meer. Maar ronduit hallucinant is het verslag van Washington Post journalist Rajiv Chandrasekaran over het Amerikaanse bewind onder ambassadeur Paul Jerry Bremer, in het eerste jaar van de bezetting. Imperial Life in the Emerald City is het verhaal van het dagelijks leven in de Groene Zone, de omwalde versterkte burcht in Bagdad waar de vice-koning zich met zijn staf had teruggetrokken en waar hij, in zijn bureau met airconditioning, het nieuwe democratische Irak op de tekentafel legde.

180px-paul_bremer.jpgBremer deelde de droom van de neocons en het Bush-Cheney Witte Huis om van Irak een democratisch model en een lichtend voorbeeld voor de regio te maken. Niet gehinderd door kennis van het terrein en de realiteit buiten de versterkte muren van de Groene Zone, nam Bremer een aantal vergaande besluiten die een heel stuk verklaren van de huidige desastreuze situatie in het land. Eén ervan was de ontbinding van het Irakese leger waardoor hij met één pennentrek twee tot driehonderdduizend voormalige soldaten en officieren in de armen van de opstandelingen dreef. Met het de-Baathificatiebesluit maakte Bremer vijftigduizend ambtenaren, onderwijzers, leraren, technici en fabrieksdirecteuren werkloos. Het gevolg was dat bijvoorbeeld in sommige scholen in Soenni-gebieden maar één enkele onderwijzer voor de hele school overbleef.

Bremers' regering. de PCA (Provisional Coalition Authority), draaide op een bureaucratie van meestal jonge krachten die, pas afgestudeerd en op zoek naar avontuur, in Bagdad waren terecht gekomen. Een 21-jarige kreeg de opdracht de Beurs van Bagdad uit de as te laten verrijzen. Een jonge advocaat met enige ervaring in schadeclaims na auto-ongelukken kreeg de opdracht een nieuw verkeersreglement op papier te zetten. Hij bepaalde dat de bestuurder te allen tijde het stuur met beide handen moet vasthouden. De voorlopige minister van Gezondheid zag het als zijn prioriteit een antirookcampagne te lanceren in een land waar de doorsnee volwassene een groter risico loopt in een zelfmoordaanslag om te komen dan aan longkanker te sterven. De campagne werd geleid door een stiekeme roker.

De begrotingschef van Bremer vroeg tien kantoorjongens om administratieve taken te vervullen. Hij kreeg onder andere de dochter van een bekende neoconservatieve commentator, een afgestudeerde van een evangelische universiteit en de parlementaire medewerker van de ultraconservatieve Republikein Rik Santorum. Geen had enige financiële ervaring maar zes van hen kregen een budget van 13 miljard dollar te beheren. Ze waren - zoals de meeste functionarissen van de voorlopige regering - geselecteerd op hun politieke betrouwbaarheid. Conservatieve geloofsbrieven wogen vele keren zwaarder dan expertise of ervaring. Twee stafmedewerkers verklaarden aan Chandrasekaran dat hun in het sollicitatiegesprek gevraagd werd wat ze vonden van Roe v Wade, de basis van de abortuswetgeving in de Verenigde Staten, en of ze voor George W Bush hadden gestemd. De meesten hadden hun job gekregen na een telefoontje van een bevriend Republikeins Congreslid aan een zekere James O'Beirne, de liaison tussen het Pentagon en het Witte Huis.

Minder bekend is dat Bremer de opdracht had niet alleen democratie maar ook een vrije- marktsysteem naar neoliberaal model in te voeren in een land dat decennialang een centraal geleide staatseconomie had gekend. De neoconservatieven zagen de economische hervorming van Irak als een integraal onderdeel van de Amerikaanse missie om het land te herscheppen in een klein Amerika. De man die werd uitgekozen om deze gigantische taak te volbrengen was Peter McPherson, de rector van Michigan State University. Het plan was om de hele Irakese staatseconomie in één keer te privatiseren. Een Amerikaans consulting bedrijf dat daarbij moest helpen, kreeg zonder openbare aanbesteding een contract ter waarde van meer dan 300 miljoen dollar in de schoot geworpen. Toen kort na de bevrijding het grootschalige plunderen begon zag McPherson dat als een goede zaak: door staatseigendommen te stelen zorgden de plunderaars ervoor dat de Amerikaanse planners met een schone lei konden beginnen. De buschauffeurs begonnen hun busroutes voor eigen rekening te rijden en duizenden gestolen politieauto’s vonden een nieuw bestaan als privé-taxis.

De privatisering werd een flop maar McPherson was niet te stoppen in zijn droom om van Irak een kapitalistisch Utopia in het Midden-Oosten te maken. Hij zag het als zijn prioriteit om het belastingsstelsel te hervormen en naar het voorbeeld van de regering Bush te snijden in de topbelastingen. De hoogste schaal werd van 45 tot 15 percent flat tax teruggebracht. Dat de meeste Irakezen hun belastingbrief gewoon in de vuilnisbak gooien was een zorg voor later. McPhersons neoconservatieve ijver mocht niet baten: hij werd vervangen door een nog betrouwbaarder politieke bondgenoot: een grote Republikeinse geldschieter die samen met George W Bush op de schoolbanken had gezeten.

De bewoners van de Groene Zone, Amerikanen en enkele Irakezen, leefden in een zeepbel. Halliburton, de voormalige firma van vice-president Cheney, zorgde voor catering, transport, recreatie en nog veel meer. Het eten werd bereid en opgediend door tientallen Pakistanen en Indiërs - Irakezen werden geweerd omdat die het voedsel hadden kunnen vergiftigen. De Irakezen die voor de Amerikanen werkten - secretaressen, vertalers, chauffeurs, werden naarmate het verzet tegen de bezetting toenam en gewelddadiger werd meer en meer gewantrouwd en gemarginaliseerd. Maar ondanks een aantal bloedige aanslagen - één die onder andere de VN-gezant Sergio de Melho het leven kostte - was het in de Groene Zone relatief veilig. De situatie is er niet op verbeterd: eerder deze week kregen alle Amerikaanse bewoners van de Groene Zone verbod op straat te komen zonder helm en kogelvrij vest.


DE GOEDE TERRORIST

Terroristen zijn er in twee soorten. Je hebt aan de ene kant bijvoorbeeld Zakarias Moussawi, de Fransman die zichzelf met zijn grootspraak de gevangenis heeft ingepraat en die nu een levenslange straf uitzit voor zijn vermeende aandeel in de aanslagen van elf september. En je hebt Luis Posada Carriles, alias Bambi, die van de vrijheid geniet in het zonnige Florida.

Posada Carriles, ook wel de Osama Bin Laden van het Westelijk halfrond genoemd, heeft een lange staat van dienst in de strijd tegen het Cuba van Fidel Castro. Op zijn naam staat onder andere de aanslag op een DC8 van Cubana de Aviacion, de Cubaanse luchtvaartmaatschappij, op 6 oktober 1976. Het was de eerste terroristische aanslag op een lijnvliegtuig en tot 11 september 2001 was het de bloedigste terreurdaad in het westelijk halfrond. Alle 73 inzittenden aan boord kwamen om, onder hen het Cubaanse nationale schermteam dat op weg was naar huis na een succesvol tornooi in Caracas.

Tot de andere heldendaden van Carriles behoren verschillende bomaanslagen op toeristenhotels in Havana in 1997. Bij één daarvan kwam een jonge Italiaanse toerist om. Hij had de pech op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn verklaarde Carriles later in een interview met een journaliste van de New York Times waarin hij allesbehalve spijt vertoonde over zijn terroristische activiteiten. Daaronder ook een poging om Fidel Castro in 2000 op een internationale conferentie in Panama te vermoorden.

President Bush verklaarde na 11 september de oorlog niet alleen aan de terroristen maar ook aan alle staten die terroristen steunen of onderdak verlenen of zelfs maar de andere kant opkijken als ze weet hebben van terroristische activiteiten. Maar dat geldt blijkbaar niet voor anti-Castro terroristen als Posada Carriles. De man zat tot voor kort in een cel wegens inbreuken op de immigratiewetgeving. Een rechter uit New Orleans liet hem op borgtocht vrij met een elektronische enkelband. Dat kon omdat president Bush tot nu toe halsstarrig heeft geweigerd Posada Carriles het etiket van terrorist toe te kennen.

Dat hoeft dan weer niet te verbazen gezien de historische banden tussen de Bushdynastie en de fel anti-Castrogezinde Cubaanse gemeenschap in Miami. Onder het presidentschap van George Bush de oudere kwamen twee Cubaanse terroristen vrij die een straf uitzaten voor hun aandeel in de aanslag op Orlando Letelier, de Chileense diplomaat die in 1976 in Washington op last van dictator Pinochet werd vermoord. Jeb Bush, de broer van de president en voormalige goeverneur van Florida had voor de vrijlating gelobbied. Vader Bush was al in 1961 betrokken bij de de mislukte invasie van de Varkensbaai - de operatie die met hulp van de CIA was opgezet om Castro van de macht te verwijderen. Er bestaande hechte vriendschapsbanden tussen de familie Bush en veel veteranen van de Varkensbaai - onder wie niemand minder dan Bambi.

Posada Carriles moet nu op 11 mei terecht staan omdat hij illegaal het land is binnengekomen. Voor zijn terroristische activiteiten is hij niet eens in staat van beschuldiging gesteld hoewel uit CIA documenten blijkt dat hij zo goed als zeker organizator was van de aanslag op het Cubaanse lijntoestel. Het is net alsof Osama Bin Laden zich voor de rechtbank zou moeten verantwoorden voor het feit dat hij zonder geldig visum Paktistan is binnengkomen schreef de Venezolaanse ambassadeur in de New york Times. Venezuela vraagt samen met Cuba de uitlevering van Posada Carriles maar het State Department heeft niet eens de moeite gedaan om officieel op dat verzoek te reageren.

Zelfs de anti-Castro Cubanen in Miami zijn verdeeld over de gang van zaken. De vrijlating van Posada Carriles is absoluut verbijsterend zei Elena Freyre, de voorzitster van de Cuban American Defense League, een als gematigd bekend staande anti-Castro groep. Posada Carriles hoort tot de uitstervende generatie diehards die hun dromen van een gewapende omverwerping van het Cubaanse regime nooit hebben opgegeven. De jongere generatie Cubanen in Miami zien meer heil in een pragmatische aanpak, maar de harde anti-Castrohouding van de regering Bush maakt het hun zo goed als onmogelijk om familieleden op het eiland te bezoeken. In de propagandaslag om Cuba is de vrijlating van zijn erfvijand een godsgeschenk voor de tanende Cubaanse leider Fidel Castro, maar voor de familieleden van de talrijke onschuldige slachtoffers van Bambi's terreurdaden is het de zoveelste klap in het gezicht.

Thursday, April 26, 2007

McCAIN: van Maverick tot Conservative

Hij voert al twee maanden intensief campagne, maar pas nu is het ook officieel: John Mc Cain, de 70-jarige republikeins senator uit Arizona, is kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten. Hij ging naar New Hampshire om dat aan de wereld te openbaren. New Hampshire heeft een speciale betekenis voor McCain. Acht jaar geleden versloeg hij in die staat zijn aartsrivaal George W Bush in de voorverkiezingen en niets leek McCain toen nog te kunnen tegenhouden op weg naar het Witte Huis. Een oorlogsheld, een man van het midden, een in de Washingtonse wol geverfde oudgediende van de nationale politiek.

Het pakte anders uit. George W Bush surfte op de ultraconservatieve golf van de Evangelicals en de neocons naar de nominatie van zijn partij. McCain werd niet alleen het slachtoffer van de geest des tijds maar ook van een geraffineerde roddelcampagne uit de koker van de meester in de zwarte kunst, Karl Rove. Het gerucht werd verspreid dat McCain, die vijf en een half jaar krijgsgevangene was geweest in Hanoi en gefolterd werd door de Noordvietnamese communisten, psychologisch gestoord was. Bovendien zou hij de vader zijn van een onwettig zwart kind (McCain is adoptievader van een meisje uit Bangladesj). Hij verloor de voorverkiezing in South Carolina en daarmee ook zijn hoop op het presidentschap.

Voor de tweede keer is John McCain nu vertrokken als koploper en voor de tweede keer lijkt het erop dat hij zijn aanvankelijk leiderschap niet weet te verzilveren. Zijn twee Republikeinse rivalen, de ex-burgemeester van New York Rudy Giuliani en de voormalige goeverneur van Massachusets Mitt Romney hebben hem achter zich gelaten in de money race en ook in de opiniepolls kijkt McCain ligt McCain nu achter op de populaire Giuliani. Zijn campagne is op de sukkel. Na een ochtendwandeling op een markt in Bagdad verklaarde de senator onder de indruk te zijn van de verbeterde veiligheidssituatie in Irak.

Maar hij maakte zich onsterfelijk belachelijktoen CBS de beelden uitzond van de indrukwekkende legermacht die hem op zijn wandeling had beschermd: honderd tot de tanden bewapende militairen en twee helikopters in de lucht. En ook de gaffe over Iran doet hem geen goed bij de onafhankelijke kiezers: op een vraag over Iran maakte hij een nogal cynisch grapje door de eerste noten te zingen van de oude Beach Boys song Barbara Ann - verhaspeld tot Bomb Iran.

McCain is een militair en zijn denken over Irak volgt een militaire logica. Hij stond en staat achter zijn voormalige tegenstander George W Bush in de beslissing om ten oorlog te trekken tegen Saddam Hoessein, maar hij had van bij het begin scherpe kritiek op de manier waarop de oorlog wordt gevoerd. Hij noemde Donald Rumsfeld de slechtste minister van defensie die de Verenigde Staten ooit hebben gekend (voor vice-president Dick Cheney was Rumsfeld de beste defensieminister ooit!) en hij pleitte consequent voor méér troepen. Ook nu dat idee allesbehalve populair is blijft McCain achter de surge staan - de beslissing van Bush om een kleine 30000 man extra naar Irak te sturen. Hij beseft dat zijn gooi naar het presidentschap valt of staat met het succes van de surge. Maar 55% van de Amerikanen geloven niet meer in de overwinning in Irak en zelfs generaal Petraeus, de nieuwe opperbevelhebber durft niet te voorspellen wat het effect zal zijn van de nieuwe strategie, De vraag is of de kentering - zo die al in het verschiet ligt - op tijd zal komen voor de presidentskandidaat.

Irak is niet het enige probleem voor de voormalige koploper. In 2000 haalde hij zich de vijandschap op de hals van de evangelische christenen door hun kopstukken Pat Robertson en Jerry Falwell agenten van onverdraagzaamheid te noemen. Met Jerry Falwell lijkt de ruzie te zijn bijgelegd - McCain sprak vorig op diens Liberty University - en hij probeert het goed te maken met Christelijk Rechts in het algemeen. Dat lukt maar zeer gedeeltelijk: zelfs Rudy Giuliani met zijn liberale standpunten over abortus en zijn drie huwelijken doet het beter bij de conservatieve christenen. McCain ging de vorige verkiezingen in als de vrijbuiter, de maverick onder de Republikeinen en zijn poging om zichzelf nu als conservatief her uit te vinden stuit op wantrouwen bij de ultraconcervatieve achterban.

McCain is weliswaar niet de enige in die positie. Geen één van de Republikeinse kandidaten kan op overdreven enthousiasme rekenen bij de ultraconservatieve vleugel die de partij nu al een meer dan een decennium controleert. Mitt Romney wordt gewantrouwd vanwege zijn godsdienst: hij is Mormoon en dat is voor veel christenen des duivels. Giuliani kan zijn liberale imago op het stuk van ethische kwesties moeilijk van zich afschudden en McCain wordt in sommige conservatieve kringen intens gehaat. Het wachten is op een verrassingskandidaat die op het laatste moment in de ring treedt. Newt Gingrich, de architect van het Republikeinse succes in 1994, houdt zijn kaarten tegen de borst. Maar het is veelbetekenend dat hij onlangs deemoedig heeft toegegeven dat hij een buitenechtelijke relatie had - net op het moment toen hij de strijd aanvoerde voor het impeachment van Bill Clinton wegens .... diens relatie met Monica Lewinski. Gingrich rekent erop dat een beetje hypocrisie bij de christelijke achterban wel met de mantel der liefde zal worden bedekt en vooral dat de affaire over een paar maanden vergeten zal zijn. Net op tijd om als deus ex machina uit de coulissen te verschijnen.

Friday, April 20, 2007

BOMB IRAN

Een grapje van presidentskandidaat John McCain. De man weet waarover hij spreekt: hij gooide destijds bommen op Hanoi.



Dit is het Beach Boys origineel.

Thursday, April 19, 2007

MIJN WAPEN IS MIJN VRIJHEID

Action & Fun: Whether you are looking for a pistol for affordable training or simply the excitement of shooting, the P22 is the pistol for you.

(Uit de officiële website van Walther Firearms. Eén van de wapens die Cho gebruikte om zijn medestudenten te vermoorden was een Walther p22)

De afschuwelijke slachtpartij op de Virginia Tech campus doet nog maar eens de discussie over gun control oplaaien. President Bush haastte zich om de suggestie te verwerpen dat beperking van de vrijheid om wapens te kopen of te bezitten het drama had kunnen voorkomen. De wapenlobby houdt zich voorlopig stil. De website van de NRA - de National Rifle Association - beperkt zich tot het condoleren van de slachtoffers en hun families en onthoudt zich voorts van alle commentaar. Maar ook nu zullen ongetwijfeld stemmen opgaan om méér - niet minder wapens. Zoals bij vorige schietincidenten in scholen zal er ook nu wel een congreslid of senator te vinden zijn die pleit voor het bewapenen van leraars en schoolpersoneel.

Cho Seung Hui kocht zijn eerste wapen, een Walther P22 semi-automatisch pistool, een maand vóór de feiten in een pandjeshuis op een paar passen van zijn studentenverblijf op de campus. Daarna trok hij naar de Wal-Mart om een partijtje munitie in te slaan. Zijn tweede wapen, een Glock 9mm pistool kocht hij in een wapenhandel in Roanoke, vijftig kilometer verder op. Hij toonde zijn rijbewijs en zijn green card - zijn verblijfsvergunning - en betaalde met een check (Omdat hij een alien resident was moest hij drie identiteitsbewijzen voorleggen). De verkoper controleerde via zijn computer of Cho op de lijst voorkwam van verdachte personen en toen dat niet het geval bleek gaf hij hem het wapen.

In Virginia kan een twaalfjarige een geweer kopen. Voor handwapens en automatische wapens (assault weapons) moet je achttien zijn. De enige beperking is dat je maar één wapen per maand mag kopen. In tegenstelling tot andere staten is er in Virginia geen wachttijd tussen de aankoop en de aflevering van het wapen. De Brady Bill uit 1994 (genoemd naar de persman van Ronald Reagan die zwaar gewond werd bij de aanslag op Reagan in 1981) had deze wachtperiode ingevoerd - samen met een verbod op automatische wapens. Maar het Hooggerechtshof verklaarde de verplichte wachttijd in strijd met de grondwet en nu wordt het aan de staten overgelaten of die al dan niet wordt opgelegd. De regering Bush heeft het verbod op assault weapons stilletjes laten verlopen en niet verlengd.

GUN CRAZY AMERICA


Monday, April 16, 2007

ARMOEDEBESTRIJDING

bio949a.jpgDe Wereldbank is opgericht met het doel de armoede te bestrijden. Wat mevrouw Shaha Riza betreft is deze opdracht met succes vervuld. Mevrouw Riza, een communicatiespecialiste in dienst van de bank strijkt een salaris op van bijna 194000 dollar`(143000 euro) belastingvrij, hoewel ze niet eens meer voor de bank werkt. Riza is de vaste vriendin van de voorzitter van de Wereldbank Paul Wolfowitz. Toen die in 2005 door president Bush tot voorzitter werd benoemd zorgde hij ervoor dat zijn vriendin gedetacheerd werd naar het State Department (Buitenlandse Zaken). Om haar schadeloos te stellen voor die onverwachte wending in haar carière kreeg ze een zoethoudertje van om en bij de 60000 dollar (44000 euro) waardoor ze netto een pak méér aan het einde van de maand toucheerde dan haar baas op Buitenlandse Zaken, Condoleeza Rice. Daarbovenop kreeg ze het vooruitzicht op een salarisverhoging van 8% per jaar en de belofte dat ze aan het einde van de termijn van haar sweetheart naar de bank terug kon keren met een hogere graad. Als Wolfowitz langer dan vijf jaar aan het hoofd van de Wereldbank zou blijven zou Riza bij zijn afscheid tot vice-president worden bevorderd.

Het was allemaal zwaar tegen de gangbare regels die voor de andere meer dan 7000 personeelsleden van de bank gelden en toen het verhaal in de beruchte column van Al Kamen in de Washington Post opdook zorgde dat voor een ware muiterij. Wolfowitz probeerde zich vorige week vóór een personeelsvergadering te verantwoorden maar het antwoord van de personeelsleden was een fluitconcert en boegeroep. Eerst had hij zich proberen te verdedigen met het argument dat de loonsverhogingen afgesproken waren met het personeelsdepartement van de bank en dat hij zich daarin niet had gemengd. Maar toen doken documenten op waarin Wolfowitz de personeelsdirecteur letterlijk opdracht gaf akkoord te gaan met de voorwaarden die hij vervolgens opsomde.

wolfowitz.jpgPaul Wolfowitz heeft van de strijd tegen corruptie en nepotisme het hoofddoel gemaakt van zijn beleid aan het hoofd van een instelling die jaarlijks zo een 20 miljard dollar aan hulp te verdelen heeft, meestal in de vorm van leningen. Maar nog vóór het Shah-Rizaverhaal was deze politiek op zijn zachtst gezegd erg controversieel. Corruptie is een bekend probleem - niet alleen in ontwikkelingslanden overigens - en niemand zal er graten in zien dat donorlanden willen vermijden dat hun centen in de zakken van dictators van allerlei slag verdwijnen. Maar Wolfowitz' eigengereide optreden deed algauw het vermoeden ontstaan dat de strijd tegen corruptie in feite als een politiek wapen werd gehanteerd. De beste leerlingen van de klas bleken meestal ook de beste vrienden van Washington te zijn. De pro-Amerikaanse regering in Irak staat bovenaan de ranglijst van de meest corrupte regimes ter wereld, maar dat belette Wolfowitz niet met grote bedragen voor Irak over de brug te komen en erop aan te dringen dat de Wereldbank een kantoor zou openen in Bagdad.

De Europeanen, met inbegrip van de Britten, hadden van meet af aan grote reserves bij de benoeming van Paul Wolfowitz aan het hoofd van een internationale organisatie die ze voor 60% financieren, maar waar de Verenigde Staten traditionele politiek het grootste gewicht in de schaal leggen. Wolfowitz speelde zoals bekend een hoofdrol in de ontwikkelingen die tot de oorlog in Irak hebben geleid. Hij was in zijn vorige job vice-minister van defensie onder Donald Rumsfeld en één van de meest luidruchtige en fanatieke ideologen van de neocons. Vrijwel alles wat Wolfowitz vóór de oorlog over Irak beweerde is fout gebleken maar uit niets blijkt dat de man zijn meningen heeft bijgesteld, of dat hij bereid is water in zijn ideologische wijn te doen.

Door zich in zijn voet te schieten heeft Wolfowitz nu gedaan waar zijn critici op zaten te wachten. Of dat tot zijn ontslag zal leiden zoals velen hopen is lang niet zeker. De Raad van Bestuur van de Bank, bestaande uit vertegenwoordigers van de 180 donorlanden onderzoekt de zaak. President Bush blijft zijn geestesgenoot steunen en Wolfowitz zelf is niet zinnens de handdoek in de ring te gooien. Hij heeft toegegeven dat hij een fout heeft gemaakt en zich verontschuldigd, maar hij is van plan zich voort geheel te wijden aan de grootse taak van de armboedebestrijding.

Maureen Dowd (New York Times) over Wolfowitz:

More Con than Neo

Cupid and Cupidity





Friday, April 13, 2007

IK BEN GEEN RACIST, MAAR

Het debat over racisme in de Verenigde Staten wordt meestal in stilte en ondergronds gevoerd, maar af en toe breekt het als een steekvlam uit naar de oppervlakte. Dat was zo toen een zwarte stripdanseres studenten van een blanke elite-universteit van verkrachting beschuldigde (de studenten werden onlangs van alle schuld vrijgesproken) en dat is zo met de enorme rel die de radiofiguur Don Imus veroorzaakte.

Imus had tot voor kort een dagelijks programma op CBS-radio dat ook simultaan op MSNBC-televisie werd uitgezonden, maar nu heeft de populaire interviewer zowel bij CBS als bij MSNBC de bons gekregen. Aanleiding is een racistische opmerking die Imus zich permitteerde over de hoofdzakelijk uit jonge zwarte vrouwen bestaande basketbalploeg van de Rugtgeruniversiteit in Newark. Hij noemde de meisjes nappy headed ho's - vrij vertaald: hoeren met een kroeskop.

Rutgers Basketball team

De reactie was overweldigend. In elke nieuwsuitzending en op de cable-networks is Imus al meer dan een week onderwerp nummer één. Zwarte leiders en veteranen van de burgerrechtenbeweging zoals Al Sharpton en Jesse Jackson kwamen woorden tekort om hun afschuw uit te spreken. Maar de golf van verontwaardiging bereikte een hoogtepunt toen de meisjes van de Rutgerbasketbalploeg in een live uitgezonden emotionele persconferentie Imus de mantel uitveegden voor zijn racistische en seksistische opmerking. MSNBC schorste de populaire radiofiguur eerst voor twee weken maar besloot na de persconferentie hem op staande voet te ontslaan. CBS deed later hetzelfde. Presidentskandidaat Barack Obama mengde zich in het debat en Imus zelf suggereerde dat zijn carrière als radioman op zijn 66e wel eens afgelopen kon zijn.

Imus is een shock jock - een interviewer die er net als bijvoorbeeld Howard Stern zijn handelsmerk van heeft gemaakt om te beledigen en de goegemeente in de gordijnen te jagen met grof taalgebruik. Zijn luisteraars zijn dus wel wat gewend op het gebied van homo bashing en seksistische en racistische "humor." Maar nu bleek Imus een grens te hebben overschreden door bewust of onbewust een oude en diepe wonde open te rijten. De zwarte columnist Eugene Robinson schreef in The Washington Post: sommige woorden kunnen oudere blanke mannen nu eenmaal niet gebruiken zonder een geschiedenis van eeuwen slavernij en vernedering weer tot leven te wekken. In Amerika zijn woorden nu eenmaal méér dan woorden. Dabney Montgommery, een zwarte veteraan van de Tweede Wereldoorlog vertelde me onlangs hoe ook na de oorlog zwarte mannen in pakweg Alabama alle blanken met Mister moesten aanspreken. Voor een zestigjarige zwarte was een blanke snotneus van vijftien Mister. Omgekeerd kreeg hijzelf - toen een jonge man - een uitbrander van een blanke winkelier omdat hij het aandurfde naar zijn vader te verwijzen als Mister Montgommery. (Zie het verhaal over de Tuskegee Airmen).

Don Imus verdedigde zich met een variant op het aloude argument: ik ben geen racist maar,... . Hij is geen slecht mens zei hij van zichzelf maar hij had een slechte uitdrukking gebruikt. Imus putte zich uit in verontschuldigingen vóór diverse fora en bij de beledigde meisjes zelf die hij persoonlijk ging opzoeken. Dat heeft dus uiteindelijk niet mogen baten. Na een carrière van veertig jaar radio is de shock jock nu werkeloos. Wat uiteindelijk de doorslag heeft gegeven is niet echt duidelijk, maar de taal van het geld heeft op zijn minst meegesproken. Het fenomeen van de Schock Jocks heeft de commerciële omroepen fantastische winsten opgeleverd, maar nu vonden de sponsors met grote namen als GlaxoSmithKline, General Motors, American Express en Procter & Gamble - om er maar enkele te noemen - dat ze het zich dezer dagen niet langer kunnen vooroorlover te worden geassocieerd met een programma waar racistische en seksistische uitspraken de ether bevuilen. Er is dus wat dat betreft wel een en ander veranderd in vergelijking met pakweg vijftien, twintig jaar geleden toen het fenomeen nieuw was en de shock jocks de radiogolven veroverden.

Het hele verhaal heeft de discussie over de grenzen van de vrije meningsuiting weer aangewakkerd. Je kunt in de Verenigde Staten alles zeggen en schrijven - ook de goorste racistische taal - zonder de wet te overtreden. De extreem-rechtse ideologen van het Vlaams Belang verwijzen daar graag naar als ze de veroordeling van het Blok wegens racisme aanvallen. Maar het Imusverhaal bewijst dat je ook hier niet langer ongestraft mensen kunt beledigen vanwege hun etnische origine of huidskleur.

Frank Rich (New York Times) over Don Imus: Everybody Hates Don Imus





Tuesday, April 10, 2007

DIE OCHTEND OP DE MARKT

Presidentskandidaat John McCain was tot voor kort de gedoodverfde koploper voor de Republikeinen. McCain heeft de reputatie van oorlogsheld: tijdens de oorlog in Vietnam zat hij vijf jaar gevangen in het beruchte Hanoi Hilton waar hij werd gefolterd. Hij weigerde de hem aangeboden vervroegde vrijlating zo lang zijn medekrijgsgevangen kameraden niet met hem konden vertrekken. Nu zou voor iemand met zo een biografie de verovering van het Witte Huis een fluitje van een cent moeten zijn maar Mc Cains campagne zit al enige weken in een sukkelstraatje. Niet alleen heeft hij zijn leiderspositie in de polls moeten afstaan aan de voormalige burgemeester van New York, Rudy Giuliani, hij bengelt ook aan het staartje in de money race: hij haalde niet meer dan 12,5 miljoen campagnefondsen binnen: half zoveel als de Democratische nieuwkomer Barack Ombama.

McCain heeft een zwaar probleem en dat probleem heet Irak. Hij heeft zijn politiek lot verbonden aan het al of niet welslagen van de surge - de troepentoename waartoe president Bush een paar maanden geleden heeft beslist. In interviews en toespraken geeft McCain toe dat hij daarmee een zware gok waagt want hij weet dat hij het presidentschap kan vergeten als er niet gauw echt tekenen van verbetering komen in Irak.

En die tekenen zijn er volgens McCain. Anderhalve week of zo geleden was McCain met een delegatie van de Senaat in Bagdad. Hij bezocht er de beruchte Bab Al Sjarki markt en verklaarde achteraf dat de markt veilig is en dat het feit dat hij er vrij rondwandelde het bewijs levert dat de situatie in Bagdad verbetert en de Surge dus kans op slagen heeft.
Een andere senator uit het groepje noemde de uitstap net zo iets als een wandeling op de markt in zijn thuisstaat Indiana. Maar zondagavond bleek op 60 Minutes, het wekelijkse actualiteitenmagazine van CbS hoe die wandeling er écht uitzag: in het kielzog van McCain en zijn collega senatoren liep een legertje tot op de tanden gewapende Amerikaanse militairen. De wegen naar de markt waren afgesloten en in de lucht cirkelden drie militaire helikopters.

Nog vóór de presidentskandidaat uit Arizona weer goed en wel thuis was van zijn uitstap naar Bagdad brak de vloedgolf aan kritiek en spot op het thuisfront los. Krantencommentaren wezen erop dat de markt nog geen twee maanden geleden het doelwit was van een zelfmoordaanslag waarbij meer dan zestig doden vielen en de dag van McCains bezoek vielen er zes Amerikaanse doden in Bagdad en omgeving. McCain zelf moet van de reacties hevig geschrokken zijn. In de 60 Minutes van zondagavond gaf hij toe dat hij zich wat had laten meedrijven door zijn optimisme: het was een lapsus zoals er wel meer zijn geweest en er nog meer zullen komen zei hij. De nederigheid siert de man, maar of het zijn presidentscampagne veel zal helpen valt te betwijfelen.







60 Minutes 1

60 Minutes 2

Monday, April 02, 2007

TUSKEGEE AIRMEN

De emotie en de ontroering was van hun gezicht af te lezen.Na méér dan zestig jaar kregen de zwarte veteranen eindelijk waar ze recht op hadden: erkenning voor hun heldendaden in de Tweede Wereldoorlog. De Tuskegee Airmen waren de eerste zwarte piloten, technici, navigators en grondpersoneel. Hun eenheid - genoemd naar de plaats in Alabama waar ze werden opgeleid - werd legendarisch. Ze escorteerden bommenwerpers op hun missies boven bezet Europa en volgens de legende ging er niet één van de toestellen die ze begeleidden verloren. Recent historisch onderzoek mag daar dan al enige nuance bij hebben aangebracht, het blijft een feit dat de zwarte piloten minstens even goed presteerden als hun blanke collega's. Misschien voelden ze nog meer de druk om het perfect te doen - ze moesten immers ingaan tegen de wijd verspreide opvatting dat zwarten inferieur zijn en dus niet in staat goede piloten te worden.

Het is vaak herhaald: de Tuskegee Airmen vochten twee oorlogen, één tegen Hitler en één tegen het racisme in eigen land. De meesten van hen kwamen uit het Zuiden en wisten uit eigen ervaring maar al te goed wat segregatie en racisme betekent. Ze hoopten dat een dankbaar Amerika hen na de oorlog als volwaardige burgers zou beschouwen. Maar de werkelijkheid was anders. Bijna allemaal hebben ze verhalen over hoe ze na de oorlog thuiskwamen en net als vroeger als boy werden aangesproken en de discriminatie en de vernederingen moesten ondergaan die ook voor de oorlog dagelijkse kost waren.

Het zou nog jaren van bittere strijd kosten eer ook mensen met een donkere huidskleur als gelijken werden behandeld. Ook vandaag blijft het racisme onderhuids aanwezig en hebben de Afrikaans-Amerikanen een grote achterstand op gebied van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en politieke vertegenwoordiging. (Barack Obama is de enige zwarte senator!)

De Tuskegee Airmen en hun heldendaden werden intussen grotendeels vergeten, al kwam er de laatste jaren meer belangstelling met een Hollywoodfilm en een documentaire op de openbare omroep PBS. Maar het zou tot maart 2007 duren eer ze officieel werden gehuldigd met een gouden medaille van het Congres en een toespraak van president Bush. Voor velen kwam de erkenning te laat. Van de meer dan 1000 Tuskegee Airmen zijn er nog een 135 in leven.

Eén van hen is Dabney Montgommery uit Selma in Alabama. Dabney werkte bij een logistieke groep van de Tuskegee Airmen. Na de oorlog wou hij van zijn burgerrechten gebruik maken en gaan stemmen in zijn geboorteplaats. Toen hij zich liet registreren vroeg de blanke mevrouw aan het loket: Bezit je land? Nee zei Dabney, maar ik heb wel 3000 dollar op de bank. Daarop antwoordde ze: Je moet eerst de handtekening krijgen van drie blanke mannen, dan mag je gaan stemmen. Dabney was actief in de burgerrechtenbeweging en in de jaren zestig was hij een van de lijfwachten van Martin Luther King.


Dit is zijn verhaal:


Friday, March 30, 2007

STANDUP COMEDIAN GEORGE W & RAPPER ROVE

Het jaarlijkse diner van de radio-en televisie correspondenten in Washington is traditioneel een gelegenheid om de machtigen van dit land van een andere kant te leren kennen.

Dit jaar waren president Bush en zijn brein, Karl Rove de onbetwiste toppers. Beide heren blijken onvermoede talenten als entertainer te hebben. En George W heeft niet alleen zin voor humor en zelfspot: hij bracht zijn performance als een ware professional met perfect gevoel voor timing. Een jaar geleden was mijn populariteit tot op 30 % gezakt, mijn kandidaat voor het Hoog Gerechtshof had zich pas teruggetrokken en mijn vice had iemand neergeschoten.... dat was de goede oude tijd!

Bush kan best wat galgenhumor gebruiken nu het hem aan alle kanten tegenzit. De Senaat heeft net als het Huis voor een vaste datum gestemd waarop de troepen uit Irak moeten worden teruggetrokken en zijn minister van Justitie Alberto Gonzales komt steeds meer onder druk te staan door de affaire van de ontslagen procureurs. Zijn optreden leek dan ook op fluiten in het donker zei CBS-correspondent Bob Schiefer.

Voor een goed begrip: een medewerker van de Democratische senator Webb is eerder deze week gearresteerd toen hij met een geladen pistool en munitie in zijn boekentas het Capitool wou binnengaan.

Bush als standup comedian:




Rapper Rove:

Thursday, March 29, 2007

IN DE BOOT GENOMEN

Swiftboaten is een werkwoord. Het betekent: door een leugencampagne een publieke figuur discrediteren en politiek onschadelijk maken. Het woord dankt zijn oorsprong aan de Swift Boat Veterans for Truth, een groep die in 2004 vakkundig John Kerry's kansen op het presidentschap torpedeerde. Toegegeven, de toenmalige democratische kandidaat heeft zelf in aanzienlijke mate tot zijn afgang bijgedragen onder andere door de Swift Boaters niet kordaat genoeg en op tijd van antwoord te dienen.

fox.jpgMaar zie, nu komt loontje om zijn boontje. Sam Fox, één van de financiers van de Swiftboaters die door president Bush uitgekozen werd om ambassadeur te worden in België is nu zelf getorpedeerd door John Kerry en de andere leden van de Senaatscommissie Buitenlandse Zaken die zich tegen zijn kandidatuur verzetten. President Bush zag de bui hangen en liet zijn kandidaat-ambassadeur hoog en droog hangen.

De senatoren vonden dat het geen pas gaf iemand tot ambassadeur te benoemen die door een moddercampagne te financieren als het ware de personificatie is van de minder fraaie kanten van het Amerikaanse politieke systeem. Fox is 77, zakenman en filantroop en voorzitter van de Republikeinse Joodse Coalitie. Hij is ook één van de voornaamste geldschieters van de Republikeinse partij . Sinds 1990 heeft hij volgens officiële cijfers 1 miljoen dollar aan Republikeinse kandidaten geschonken en hij mag zich een Bush Ranger noemen omdat hij meer dan 200000 dollar bijeenbracht voor de presidentscampagne van George W.

Maar daar is niet het geld bij gerekend dat naar zogenaamde 527's gaat: groepen die met een kandidaat of een partij gelieerd zijn maar die niet onderworpen zijn aan de wetgeving over de financiering van politieke campagnes.
Het zijn die groepen die meestal verantwoordelijk zijn voor de meest dubieuze verkiezingspropaganda en voor regelrechte moddercampagnes. De kandidaat of de partij in kwestie kan dan altijd de handen in onschuld wassen: het zijn over-enthousiaste sympathisanten die over de schreef gaan.

k000148.jpgJohn Kerry had destijds in Vietnam een Bronzen Ster, een hoge militaire onderscheiding, gekregen voor zijn actie onder vijandelijk vuur. Hij had gewonde kameraden geëvacueerd met een speedboat en was daarbij zelf ook gewond geraakt. Na zijn terugkeer uit Vietnam ging Kerry een leidende rol spelen in de anti-oorlogsbeweging en zijn campagne in 2004 stond voor een groot deel in het teken van het verzet tegen de oorlog in Irak.De Swift Boaters die beweerden samen met Kerry in Vietnam te hebben gevochten vertelden dat de latere presidentskandidaat het verhaal van zijn heldendaden had verzonnen, dat zijn verwondingen niets te betekenen hadden en dat Kerry door zich tegen de oorlog te keren zijn land en zijn kameraden had verraden. Kerry vond de beschuldigingen zo grotestk dat hij pas later in de campagne agressief weerwerk begon te leveren, maar toen was het kwaad al geschied.

Als er van karaktermoord en moddercampagne sprake is hoeft het niet te verbazen dat de naam Karl Rove opduikt. De naaste adviseur van de president heeft zich terzake een stevige reputatie opgebouwd en ook nu is de discrete hand van de architect op de achtergrond te ontwaren.De voornaamste financier van de Swift Boat Veterans for Truth, Bob Perry, was een zakenpartner van Rove in de jaren tachtig en de juridische adviseur van de groep was Benjamin Ginsberg, de raadsman van de Bush-Cheney campagne in 2004. Ginsberg moest ontslag nemen toen zijn rol in de Swiftboating van Kerry openbaar werd gemaakt.

Dat een vriend van de president en geldschieter beloond wordt met een ambassadeurspost is niet ongebruikelijk in de politieke zeden in Washington. Maar president Bush heeft blijkbaar een ongelukkige hand in zijn benoemingen. Harriet Miers, de voormalige juridisch adviseur van de president zag zich gedwongen haar kandidatuur voor het Hoog Gerechtshof in te trekken na een storm van protest uit ultra-conservatieve hoek. Niet veel beter verging het Bush met zijn kandidaat-ambassadeur voor de Verenigde Naties, John Bolton.
Ook Bolton nam ontslag nadat Bush hem via een recessbenoeming tijdelijk de baan had bezorgd. Het was duidelijk dat Bolton de bevestigingsprocedure in de Senaat niet zou overleven. Het Congres gaat volgende week met reces en ook Fox zou dan in theorie via een recess benoeming toch nog in Brussel kunnen belanden. Maar president Bush is al in een ernstig conflict met de wetgevende macht verwikkeld over Irak en een nieuwe krachtmeting over de ambassadeur in België kan hij missen als kiespijn.






Wednesday, March 28, 2007

HET I-WOORD

Impeachment. Je ziet het woord op betogingen van vredesactivisten, je leest het hier en daar op een bumpersticker. Gisteren kwam ik op de autoweg een man tegen die zijn ruiten had volgeplakt met posters waarop: Impeach Him. Wie met him wordt bedoeld stond er niet bij, maar dat is ook niet nodig. Iedereen weet dat het gaat om president George W. Bush. Op het Internet circuleren petities en de burgemeester van Salt Lake City roept openlijk op tot impeachment van de president. Hij is de enige politicus van betekenis die dat doet, of tenminste was - want nu heeft voor het eerst een politiek zwaargewicht - en een Republikein bovendien - het I-woord in de mond genomen.

Senator Chuck Hagel is niet de eerste de beste peacenick. Hij is een gedecoreerde Vietnamveteraan, misschien presidentskandidaat (hij zal later dit jaar beslissen of hij het tegen zijn vriend en partijgenoot John McCain zal opnemen), succesrijk zakenman, Republikeins senator voor Nebraska en lid van het Senaatscomité Buitenlandse Zaken. Hagel is een conservatief maar hij is tegelijk één van de felste critici van de oorlog in Irak. Hij roept niet direct op tot impeachment, maar hij is bijzonder scherp voor zijn partijgenoot George W. Bush. In een interview met het blad Esquire beschrijft hij Bush als iemand die gelooft dat hij aan niemand verantwoording verschuldigd is. We hebben een president die duidelijk het vertrouwen van het Amerikaanse volk verloren heeft zegt Hagel en hij noemt het heel goed mogelijk dat het idee van impeachment veld wint.

Het I-woord is eruit en zo kun je het meemaken dat er voor het eerst ook op CNN ernstig over impeachment wordt gediscussieerd. Wie impeachment zegt denkt aan Nixon en Watergate. Nixon was de laatste president die onder bedreiging van dit grondwettelijk kernwapen de baan moest ruimen. Conservatieve Republikeinen probeerden het later nog eens tegen Clinton naar aanleiding van het Monica-Lewinskyschandaal maar moesten bakzeil halen.

Of het nu zo ver komt is zeer de vraag. Om een president af te zetten moet het Congres bewijzen dat hij (of zij) zich schuldig heeft gemaakt aan high crime and misdemeanor - een zware misdaad of misdrijf. Juridisch ligt de lat heel hoog en het ziet er dus niet naar uit dat we W vroegtijdig zullen zien opstappen. Maar het wordt met de dag eenzamer in het Witte Huis.

Johan Depoortere

28 maart 2007

Hagel bij George Stephanopoulos op ABC