Friday, April 14, 2006

DONALD RUMSFELD

De defensieminister heeft ontzaglijk geblunderd bij de planning en de uitvoering van de oorlog in Irak. COBRA II van Gordon en Trainor (zie hieronder) maakt brandhout van ’s mans reputatie. Rumsfeld krijgt de laatste dagen steeds meer de wind van voren en de roep om zijn ontslag wordt steeds luider. Nieuw is dat nu ook generaals (buiten dienst) zich in het koor mengen. Niet de eersten de besten maar een select groepje topmilitairen met veel invloed in Washington. Sommigen van hen waren nauw betrokken bij de planning van de oorlog en de campagne in Irak.

Majoor Generaal Charles Hl Swannack Jr., die als bevelhebber van het 82e Airborne de grondtroepen in Irak leidde verwijt Rumsfeld zijn “absolute mislukking in het leiden van de oorlog tegen Saddam.” De rebellie van de generaals is het gevolg van jarenlang opgekropte frustratie over de managementstijl van Rumsfeld die geen tegenspraak duldt en geen oor heeft naar de kritiek van professionele militairen.

George Packer, één van de best geïnformeerde Amerikaanse journalisten over Irak, schetst in The New Yorker een ontluisterend beeld van de Amerikaanse strategie tegen de opstandelingen, of veeleer het totaal ontbreken van een strategie. Rumsfeld wil er niet van horen omdat er volgens hem geen opstand is. Hij krijgt het I word voor Insurgency niet over de lippen. Het gevolg is dat plaatselijke commandanten zowat elk hun opvatting hebben over hoe ze het geweld moeten aanpakken. De gevolgen zijn desastreus. Maar Bush-Rumsfeld-Cheney blijven de Amerikanen voorhouden dat de oorlog volgens plan verloopt en dat de overwinning in het verschiet ligt.

Steeds minder Amerikanen zijn geneigd hen te geloven.

jd

donderdag 13 april 2006

HOE AMERIKA DE OORLOG WON EN VERLOOR


Als journalistiek de kladversie van de geschiedenis is, dan hoort COBRA II ongetwijfeld tot het betere kladwerk. Michael Gordon, militaire specialist van de New York Times en Bernard Trainor, generaal op rust van de Marines, gaan in detail na hoe president Bush, vice-president Cheney en Defensieminister Donald Rumsfeld Amerika stap voor stap naar het Iraakse moeras leidden, hoe de krijgsverrichtingen verliepen en hoe de Amerikanen al kort na de intocht in Bagdad de vruchten van de overwinning uit de handen lieten glippen. Hoewel het geweld en de burgeroorlog die daarop volgden niet tot het onderwerp van het boek horen wordt duidelijk hoe de militaire zege de kiemen in zich droeg van het bloedbad dat we vandaag in Irak meemaken.

In juli 1944 brak het Derde Leger onder leiding van generaal George Patton in Normandië door om de rest van Frankrijk en Europa te bevrijden. COBRA was de codenaam van de operatie. Het is veelbetekenend dat luitenant-generaal David Mc Kiernan, de chef van de landoperaties in Irak, naar deze illustere periode teruggreep voor de opmars naar Bagdad. Hij noemde de operatie COBRA II. De regering Bush en de generaals zagen in de verwijdering van Saddam Hoessein een herhaling van de bevrijding van Europa Met een spectaculaire militaire overwinning zou de dictator van het toneel verdwijnen, de Amerikaanse troepen zouden als bevrijders worden verwelkomd en daarna zou op de puinhopen van de dictatuur een democratie tot stand komen die aanstekelijk zou werken op de buren en uiteindelijk het Midden – Oosten van aanzien zou doen veranderen.

Donald Rumsfeld was in de wolken over de Amerikaanse operatie die in Afghanistan een einde had gemaakt aan het Talibanregime. Die leek zijn theorie te bevestigen dat een relatief klein militair contingent, uitgerust met de meest geavanceerde technologische middelen in korte tijd een veel grotere macht op de knieën kon krijgen. Snelheid en verrassing waren het ordewoord. Gewaagde operaties door de Special Forces speelden een belangrijke rol. Afghanistan moest volgens Rumsfeld een vervolg krijgen in Irak. De defensieminister bestookte zijn generaals bijna dagelijks met zijn beruchte sneeuwvlokken: memo’s met zijn invallen die hij op blocnotes overal in het Pentagon verspreid neerpende en die via de militaire hiërarchie bij de generaals aan de tekentafels terecht kwamen.

De inhoud van de memo’s verschilde, maar de kern van de boodschap was altijd dezelfde: minder troepen, minder voorbereidingstijd, minder zware middelen.

Rumsfeld deed de technische adviezen van militaire experts en ervaren generaals af als het oude denken, het verzet van het militaire establishment tegen zijn plannen voor militaire transformatie. Het oorspronkelijke opzet, een invasieleger van 300000 man werd met meer dan de helft afgeslankt tot een troepenmacht van 140000.

Rumsfeld had een sterk argument voor de tegenstribbelende generaals: de CIA voorspelde dat de Sjiieten in het Zuiden van Irak spontaan in opstand zouden komen tegen Saddam en dat het Iraakse leger als een kaartenhuis in elkaar zou storten nadat de officieren en soldaten zich massaal hadden overgegeven. Zo zeer was het Pentagon daarvan overtuigd dat het formulieren liet drukken die de vijandelijke korpscommandanten maar hoefden te ondertekenen om de overgave ordentelijk te laten verlopen.

Het optimisme van Rumsfeld en de misrekeningen van de CIA zouden de commandanten te velde zuur opbreken. Slechts één Iraakse divisie gaf zich over en de Sjiïetische opstand bleef uit. De gewapende Iraakse oppositie waar het Pentagon zoveel van had verwacht bleek hoofdzakelijk in de verbeelding van de meer dan dubieuze oppositieleider Ahmed Chalabi te bestaan. In werkelijkheid kregen de oprukkende troepen te maken met een totaal onverwachte vijand: de Baathistische Feddayeen die hardnekkig verweer boden in steden als Najaf, Nasiriyah, Samawah en Bagdad. Zelfs in het heetst van de strijd weigerden Defensieminister Rumsfeld en opperbevelhebber generaal Tommy Franks de realiteit onder ogen te zien. Voor Franks waren de Feddayeen niet meer dan een bult op de weg naar Bagdad en toen generaal William Scott Wallace van het Ve Legerkorps voorstelde om de opmars naar Bagdad uit te stellen en eerst af te rekenen met de Feddayeen kreeg hij nagenoeg de bons.

Erger nog waren de misrekeningen over de na-oorlogse periode en het post-Saddamtijdperk. George W Bush – daarin gesteund door zijn toekomstige minister van Defensie Donald Rumsfeld– liet al voor zijn verkiezing in 2000 ten overvloede blijken dat hij niets voelde voor de ideeën van nation building zoals president Clinton die onder andere in Kosovo in praktijk had gebracht. Bush – Rumsfeld vonden de Kosovo-operatie een mislukt experiment dat ze niet van plan waren te herhalen in Irak.

De generaals waren verstomd toen ze kort nadat ze Bagdad hadden ingenomen te horen kregen dat het gros van de troepen naar hun bases in de Verenigde Staten terug zouden worden gestuurd. Er was zo al te weinig personeel om de olie-installaties, de grenzen en de ministeries te bewaken, laat staan om te patrouilleren en de plunderingen tegen te gaan. In de provincie Anbar, met de steden Fallujah en Ramadi, waren nauwelijks Amerikaanse troepen gelegerd, wat de opstandelingen de kans gaf zich daar te hergroeperen en de guerrillastrijd voor te bereiden. Twee dagen vóór de overwinningsspeech van Bush op de Abraham Lincoln (Mission Accomplished!) schoten soldaten van de 82e Airborne in paniek op een menigte woedende demonstranten in Fallujah met zeventien doden en meer dan zestig gewonden als resultaat. Voor wie ogen had om te zien was het duidelijk dat de bezetting van Irak geen picknick zou worden.

De benoeming van Paul Bremer tot viceconsul van Irak en diens beslissing om het Iraakse leger te ontbinden maakten de zaak alleen nog erger. 300000 Iraakse militairen werden met één pennentrek werkloos en tot vijanden van het nieuwe regime gebombardeerd. Het Decreet nr. Twee tot Ontbinding van de Eenheden kwam van Bremer maar ook hier was het de sinistere Chalabi die zijn pen vasthield. In tegenstelling tot de generaals en Bremers voorganger Jay Garner was Chalabi voorstander van een grondige zuivering van alle Baathelementen in het leger en de bureaucratie. Het nieuwe leger zou de naam New Iraqi Corps krijgen, afgekort: NIC. De naam is tekenend voor de culturele kloof tussen Bremers team en de Iraakse samenleving. NIC klinkt in het Arabisch als fuck.

De regering Bush wordt vaak verweten naar de oorlog te zijn getrokken zonder een plan voor het na-oorlogse Irak. Volgens Gordon en Trainor was er wel degelijk een plan, maar het was gebaseerd op foute informatie, wishful thinking, een totaal verkeerde inschatting van de werkelijkheid op het terrein, en ideologische vooringenomenheid. De afkeer van de regering Bush voor nation building verklaart waarom ze in eerste instantie erop rekende dat een Iraakse politiemacht en een nieuw Iraaks leger na de bevrijding de orde zouden handhaven en het land bij elkaar zouden houden. Daarna sloeg de slinger de andere kant op en werd het Iraakse leger ontbonden. Toen een commandant in het Zuiden plaatselijke verkiezingen organiseerde floot Bremer hem terug omdat een Sjiïetische leider dreigde verkozen te worden die de Amerikanen niet zagen zitten.

Minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice gaf onlangs toe dat haar regering duizenden tactische fouten heeft gemaakt in Irak. Maar ze blijft erbij dat de oorlog strategisch een goede beslissing was. De auteurs van Cobra II maken de tactische fouten van de regering Bush en vooral van zijn defensieminister Rumsfeld pijnlijk duidelijk. Over de vraag of de oorlog zelf al dan niet een kolossale tragische vergissing was doen ze geen uitspraak. Maar ze komen alvast tot de conclusie dat de prijs die de Amerikaanse troepen en hun bondgenoten en de Iraki’s zelf hebben betaald veel hoger is dan hij had moeten zijn.

DE STANDAARD DER LETTEREN

Johan Depoortere

Washington 2/04/2006

COBRA II

The Inside Story of the Invasion and Occupation of Iraq

Michael R. Gordon and General Bernard E. Trainor

Pantheon Books New York

602 pagina’s

VADERS EN ZONEN

De appel valt niet ver van de boom. Richard Pipes was in de jaren zeventig en tachtig één van de gangmakers in Washington van de Koude Oorlog. Hij inspireerde president Ronald Reagan tot diens beroemde uitspraak over het “Imperium van het Kwaad.”

De niet meer zo jonge lezer zal zich herinneren dat Reagan daarmee de Sovjet-Unie bedoelde. Vandaag is het Imperium in de woorden van George W Bush een As van het Kwaad geworden De vijand is niet langer het wereldwijde communisme maar het Islamfundamentalisme en het daaruit voortvloeiende terrorisme. De ideologische peetvaders van de president heten nu Neocons en één van de meest fanatieke kruisvaarders van nu is niemand minder dan Daniel Pipes, zoon van Richard.

Vader Pipes was een veelgevraagde Sovjetexpert die in kranten en televisie-uitzendingen graag zijn mening gaf over wat zich volgens hem binnen de muren van het Kremlin afspeelde. Hij was een specialist van de Sovjet mind zegt hij zelf in de schitterende BBC film The Power of Nightmares die de opvallende gelijkenissen documenteert tussen toen en nu, tussen de moslimextremisten en de Neocons.

Pipes leidde in de jaren zeventig het zogenaamde B-team: een groep experts rond Paul Wolfowitz die het Pentagon moesten briefen over het militaire gevaar van de Sovjet-Unie. De CIA had ondanks spionagesatellieten en langdurige diepzeescanning niet kunnen bevestigen dat de Sovjets over een geheim elektromagnetisch wapen tegen duikboten beschikten. De deskundige Richard Pipes kwam tot een heel andere conclusie. Als de CIA de mysterieuze elektromagnetische torpedo niet kon vinden was dat het bewijs dat de Sovjets over een ander ondetecteerbaar en supergeheim wapen beschikten. Pipes concludeerde dat uit zijn kennis van de soviet mind. De neiging van de Neocons om feiten ondergeschikt te maken aan ideologie dateert dus niet van gisteren.

Zoon Pipes, Daniel, behoort samen met Paul Wolfowitz, Richard Perle, Douglas Feith en andere Neoconservatieve ideologen tot de meest extreme voorstanders van de zogenaamde oorlog tegen het terrorisme. Irak is nog maar het begin. In een recent krantenartikel suggereerde Pipes junior dat het misschien niet zo een slecht idee zou zijn om alle moslims in de Verenigde Staten in concentratiekampen op te sluiten zoals aan het begin van de Tweede Wereldoorlog met Amerikaanse burgers van Japanse origine gebeurde.

Dat de droom van een democratie naar Amerikaans model in het Midden-Oosten tot het bloedbad heeft geleid dat we nu in Irak meemaken is voor deze extreme ideoloog ook al een geringe prijs. Meer zelfs, in een interview met de Jerusalem Post drukt Pipes zijn tevredenheid uit over het feit dat het in Irak de moslims zijn die andere moslims doden. Dat is – zegt hij – noch het probleem van de coalitie noch dat van het Westen. Als Soenni-terroristen Sjiïeten viseren en omgekeerd dan vallen er minder slachtoffers onder niet-moslims. En Daniel ziet nog meer voordelen in de slachting van moslims door moslims: het geweld in Irak kan Syrië en Iran tot een regelrechte confrontatie verleiden.

Dat de Neoconservatieve strategen niet bang zijn van wat bloedvergieten wisten we al. Zij stonden tijdens de monsterachtige Iran-Irakoorlog van begin jaren tachtig aan de zijlijn te applaudisseren toen de Verenigde Staten de baarlijke duivel Saddam Hoessein hielpen zijn arsenaal van massavernietiginswapens uit te bouwen. In vergelijking daarmee is een beetje burgeroorlog in Irak een uit de hand gelopen burenruzie.

Johan Depoortere

Washington

donderdag 30 maart 2006

ROE v WADE

Het moet van de tijd van Sitting Bull zijn geleden dat South Dakota – de staat in de Great Plains die het toneel was van de bittere gevechten tussen de taaie Sioux en de blanke kolonisator – nog de headlines in de nationale kranten haalde. Maar juist het bescheiden South Dakota hebben de kruisvaarders tegen de abortuswetgeving uitgekozen als nieuw front in hun oorlog tegen Roe v Wade. Deze beroemde uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1973 die het grondwettelijk recht op abortus erkent is al wat rechts is in Amerika al decennia lang een doorn in het oog en nu achten de anti-abortusactivisten de tijd rijp om Roe v Wade uit het wetboek te schrappen.

Gouverneur Rounds zette zijn handtekening onder een wet die het uitvoeren van abortus in bijna alle gevallen een misdaad maakt en die de arts die de ingreep uitvoert tot vijf jaar in de gevangenis kan doen belanden De gouverneur en de sponsors van het initiatief weten dat hun wet flagrant in tegenspraak is met de federale wet en dat hun tekst dus dode letter zal blijven tot het Hooggerechtshof uitspraak heeft gedaan. Maar de gouverneur gaf zelf toe dat het initiatief een provocatie is, een schot voor de boeg in de hoop dat na een lange rechtsgang uiteindelijk een meerderheid van opperrechters gevonden zal worden om schoon schip te maken met Roe v Wade.


Dat de gouverneur uitgerekend nu met zijn initiatief komt is geen toeval. President Bush heeft twee nieuwe rechters in het Hooggerechtshof benoemd: John Roberts en Samuel Alito, twee juristen met een uiterst conservatieve stempel en twee uitgesproken tegenstanders van legale abortus. Alito vervangt de gematigd conservatieve Sandra Day O’Connor die in eerdere uitspraken over abortuskwesties vaak met de vier meer progressieve rechters meestemde en op die manier de balans naar een meer liberale interpretering van de wet kon doen doorslaan. Van de negen rechters zijn er nu vijf aartsconservatief en de kans is groot dat binnen afzienbare tijd ook Paul Stevens – een progressief – vervangen zal worden door een rechter van de harde conservatieve lijn.

De schrapping van Roe v Wade is een strategisch doel van christelijk rechts en een deel van de Republikeinen en je zou dus verwachten dat South Dakota en gouverneur Rounds applaus krijgen op alle banken. Niet zo dus. Het initiatief van de Sioux-staat heeft immers de diepe tactische verdeeldheid van rechts aan het licht gebracht. Niet iedereen is er van overtuigd dat de tijd rijp is voor een frontale aanval op de legale abortus. In het verleden is al meer dan één keer gebleken dat de etiketten progressief of conservatief voor de leden van het Hooggerechtshof bedrieglijk zijn en dat rechters niet altijd stemmen zoals hun achterban het graag zou zien. Daarom is een deel van rechts voorstander van het behoud van Roe v Wade maar met wetgeving in de deelstaten die het uitvoeren van abortus zo moeilijk maakt dat het principe zelf in de praktijk inhoudsloos wordt.

De rechtervleugel van de Republikeinse partij en hun bondgenoten bij christelijk rechts kunnen verdeeldheid over abortus missen als kiespijn nu ze ook dreigen te worden meegesleurd in het schandaal van de lobbyist Jack Abramoff, die wegens fraude en corruptie voor de rechter moet komen. In paginagrote advertenties in onder andere The New York Times worden drie prominente leiders van christelijk rechts herinnerd aan hun sterke politieke en financiële banden met Abramoff en de regering Bush. Abramoff maakte fortuin op de rug van de gokindustrie in de Indianenreservaten en terwijl de christelijke leiders te kruisvaart trokken niet alleen tegen abortus maar ook tegen het zondige gokken kregen ze dikke sommen toegestopt van gokbaas en geestesgenoot Abramoff.

Johan Depoortere

Washington

donderdag 9 maart 2006

KWARTEL


Vice-president Dick Cheney was vorige week niet uit de televisiejournaals en de cable networks weg te branden. De reden voor die buitensporige mediabelangstelling was een kwartel. De jacht op kwartels is het geliefkoosde tijdverdrijf van de vice-president maar een paar weekends geleden ging het helemaal fout. Cheney was met een groep vrienden te gast bij Katharina Armstrong, een steenrijke Republikeinse lobbysite met een uitgestrekte ranch in Texas. Toen een vogel opvloog dacht Dick niet langer na en vuurde. Hij trof niet de kwartel maar zijn vriend, de 78 jarige advocaat Harry Wittington die onverwacht in de vuurlijn opdook. Wittington werd met een lading hagel in het lichaam naar het ziekenhuis afgevoerd. Zijn verwondingen leken niet zo ernstig tot hij een dag later een lichte hartaanval kreeg blijkbaar veroorzaakt door een van de honderd loodjes die naar de hartregio was afgezakt.

Alles samen een vrij banaal incident dat intussen wellicht alweer was vergeten als Cheney meteen de pers had ingelicht en de ware toedracht van het gebeuren zelf uit de doeken had gedaan. Maar Cheney wachtte acht uur om het nieuws bekend te maken en hij liet de klus over aan zijn gastvrouw Katharina Armstrong die een plaatselijke krant opbelde. Cheney wachtte zelfs twee uur voor hij zijn baas inlichtte en hij moest zwaar onder druk worden gezet – door de president zelf en de staf van het Witte Huis – om in persoon tekst en uitleg te geven. Dat deed hij vier volle dagen na de feiten in een interview met de bevriende omroep Fox News. Daarin nam de vice-president de volle verantwoordelijkheid voor het jachtongeluk op zich en hij noemde die zaterdag “een van de zwartste dagen” in zijn bestaan. Maar hij bleef zijn beslissing verdedigen om het nieuws uren achter te houden en de gebruikelijke informatiekanalen te omzeilen.

Het lag allemaal in de lijn van de politieke cultuur van de regering Bush die van geheimhouding en handjeklap met bevriende journalisten haar handelsmerk heeft gemaakt. Dick Cheney is de machtigste vice-president sinds mensenheugenis en hij drukt als geen ander zijn stempel op de regeerstijl van dit Witte Huis. Hij is een fanatieke voorstander van meer executive power: meer macht voor het presidentschap dat enkele decennia geleden na Watergate sterk aan prestige en gezag moest inboeten. Hij heeft een stevige greep op de informatiestroom die het Witte Huis binnen- en buitengaat en hij wordt verantwoordelijk geacht voor een bewuste lek die de carrière van CIA-agente Valery Plame nekte. Plame was schuldig aan de het feit dat ze getrouwd is met een ex-ambassadeur die openlijk kritiek leverde op de oorlog in Irak.

Er was dus een kwarteljacht nodig om Cheney in opspraak te brengen en dat is meer dan opmerkelijk. De vice-president is met heel wat ernstiger foute beslissingen en dubieuze praktijken weggekomen. Cheney was een van de voornaamste aanvoerders van de posse die absoluut achter Saddam Hoessein aan wou gaan en die met het meeste vuur de stelling verdedigde dat de Iraakse dictator massavernietigingswapens bezat en een kernbom wou maken. Hij was het die de mythe van de link tussen Saddam en Al Qaeda aan de media sleet en hij stelde het voor alsof de oorlog een zondagochtendwandeling zou worden. Cheney, die de spotlights van de televisie meestal mijdt kwam in praatprogramma’s voorspellen dat de Amerikaanse troepen in Irak als “bevrijders zouden worden begroet.” De misrekeningen van Cheney en Bush hebben tot dusver aan exact 2272 (volgens de officiële telling) jonge Amerikaanse soldaten het leven gekost – om nog maar te zwijgen van de tienduizenden dode Irakezen. Daarover heeft de Amerikaanse pers opvallend minder misbaar gemaakt dan over die ene kwartel die advocaat Harry Wittington in het ziekenhuis deed belanden.

Johan Depoortere

Washington 16 februari 2006

.

Saturday, February 11, 2006

REQUIEM VOOR NEW ORLEANS

We zullen alles doen wat nodig is en we zullen blijven zolang het nodig is om de mensen van New Orleans te helpen hun wijken en hun leven weer op te bouwen. Zo klonk de belofte van president G W Bush toen hij vanuit het historische centrum van New Orleans de Amerikaanse bevolking toesprak. Het volk – en de president – waren nog in schoktoestand na de catastrofe die New Orleans ei zo na van de kaart had geveegd en na de ronduit beschamende vertoning van onmacht en onkunde die de federale en lokale autoriteiten voor en na de ramp aan de dag hadden gelegd. Dat was op 15 september.

Bijna dag op dag vier maanden later liet burgemeester Ray Nagin van New Orleans in zijn plannen kijken. Daaruit blijkt dat de Big Easy nooit meer de stad wordt die hij ooit was. De bewoners van de lager gelegen delen krijgen vier maanden tot een jaar om aan te tonen dat hun wijk weer leefbaar zal zijn en dus weer moet worden opgebouwd. Zo niet zullen de bulldozers uitrukken om het puin te verwijderen en plaats te maken voor parkeerplaatsen en groen. Ondanks de belofte van Bush is er geen geld om de stad weer helemaal op te bouwen.

Het is geen toeval dat de laagst gelegen en kwetsbaarste wijken vooral worden bewoond door armen en zwarten. Die mensen zijn nu over de vijf windstreken in heel het land verspreid en het is niet duidelijk hoe ze moeten aantonen dat hun huis het waard is heropgebouwd te worden. Ze wonen al sinds de ramp in Houston, Washington, New York, tot in Alaska toe en meestal hebben ze niet de middelen en de ervaring om comités op te richten of gezamenlijke actie te ondernemen.

De inwoners uit onder andere Saint Bernard Parish en de Lower Ninth Ward, arme wijken die door de overstroming praktisch van de kaart zijn geveegd, zijn woedend. Zij moeten bewijzen dat voldoende mensen willen terugkeren, maar de vluchtelingen die elders een nieuw leven aan het opbouwen zijn willen pas terugkeren als ze zekerheid hebben dat de dijken hersteld en verstevigd zullen worden – wat in het beste geval alleen zal gebeuren als ze terugkeren. Een vicieuze cirkel ontstaan uit gebrek aan middelen of bewust gecreëerd door een politieke en zakelijke elite die al lang van een grote schoonmaak droomt.

Want New Orleans is niet allen jazz, de French Quarter en Cajun food – het is ook een plek waar corruptie welig tiert en waar armoede, drugs en misdaad hand in hand gaan.
De Republikeinse volksvertegenwoordiger Richard Baker zei kort na de ramp tegen de Wall Street Journal: De wijken van New Orleans zijn eindelijk schoongemaakt. Wat wij niet konden heeft God voor elkaar gebracht. En ook de Democratische burgemeester Nagin – een steenrijke zwarte zakenman – zag de positieve kanten van Katrina: Voor het eerst is onze stad bevrijd van drugs en misdaad – zei hij - en we zijn vast van plan dat zo te houden.

Veel armere bewoners van New Orleans zijn ervan overtuigd dat de overstroming niet alleen het werk was van de natuur maar dat de dijken die hun wijken beschermen (en die al lager waren dan de andere) werden gebombardeerd om de hoger gelegen stadsdelen te redden. Voor die complottheorie bestaat geen flard van bewijs, maar de oudere bewoners herinneren zich nog duidelijk de overstromingsramp van 1926. Toen trad de Mississipi buiten haar oevers en toen werden de dijken inderdaad gedynamiteerd om de betere – en blanke – buurten te redden. Het waren dezelfde wijken als nu die toen bewust onder water werden gezet: Saint Bernard Parish en delen van de Lower Ninth Ward. Wie zal het de bewoners kwalijk nemen dat ze parallellen trekken met het verleden?


Johan Depoortere
Washington 13 jan. 06

Monday, January 16, 2006

THE GODFATHER

In de kaskraker The Gotfather 2 uit 1974 viert de mafialeider zijn 67e verjaardag. Hij snijdt een taart aan in de vorm van het eiland Cuba en verdeelt de stukken onder zijn zonen en familieleden: Franky krijgt de prostitutie, Tonio de goktenten, een andere de drugs en zo gaat het door tot de Godfather bij wijze van conclusie mijmert hoe goed het is een land te leven waar de regering het privébezit respecteert.

Het schandaal dat Washington dezer dagen wakker houdt zal velen ongetwijfeld deze beroemde scène in herinnering brengen. Jack Abramoff, de superlobbyist, liet congresleden en leidende figuren van de Republikeinse Partij uit zijn hand eten en ging er prat op dat hij aan de juiste touwtjes kon trekken om de poppen te laten dansen. Jack Abramoff had zelf ook iets met The Godfather. Zijn vrienden vertellen hoe hij de Marlon-Brando- Corleone perfect kon imiteren . In het gezelschap van vertrouwelingen speelde hij graag de scène na waar een corrupte politicus de mafiabaas komt bedelen om een percentje van de gokwinsten. Het antwoord was: “Mijnheer de Senator ik zeg het u maar meteen. Mijn bod is: niets!”

Zijn ster rees als een comeet in het universum van de Washingtonlobbyisten. Surfend op de golf die de republikeinen na veertig jaar weer het Huis en de Senaat liet veroveren had hij een netwerk van contacten uitgebouwd in de hoogste kringen van de politieke macht. Hij “verkocht” zijn politieke invloed onder andere aan de Indianenreservaten die riante inkomsten uit casino’s halen en hij deelde baantjes uit aan familieleden van bevriende congreleden. Zijn val was even spectaculair. Binnenkort moet hij voor de rechter verschijnen op beschuldiging van belastingsontduiking fraude en actieve corruptie. De lobbyist heeft op een aantal punten schuldig gepleit en dat bezorgt heel wat van zijn vroegere gunstelingen slapeloze nachten. Want het betekent dat Abramoff bereid is te “zingen”en hoe harder hij zingt hoe meer congresleden mee in de afgrond dreigen te worden gesleurd. Liefdadigheidsorganisaties varen er wel bij want de politici vallen over elkaar om het geld dat ze van Abramoff hebben gekregen terug te sturen of voor caritatieve doelen over te schrijven. President Bush gaaf het voorbeeld door 6000 dollar campagnegeld dat hij van Abramoff had gekregen over te schrijven op de rekening van de American Heart Association.

Voor één toppoliticus betekent het Abramoffschandaal hoogstwaarschijnlijk nu al het einde van een veelbelovende carrière. Tom De Lay, de Republikein uit Texas was tot vorig jaar meerderheidsleider in het Huis maar moest ontslag nemen omdat hij terecht staat in een zaak van witwassen van illegale campagnebijdragen. Maar die beschuldigingen verzinken in het niets als de openbare aanklager kan bewijzen dat de gunsten die hij van Abramoff heeft gekregen betaalde met wetegevend werk ten voordele van Abramoffs klanten – onder andere dus de Indianen. De Lay, die ook een goede vriend is van president Bush is niet de eerste de beste in de Republikeinse partij. Hij zorgde ervoor dat het traditioneel Democratische Texas naar de Republikeinen ging ook al moest hij daarvoor de kiesdistricten laten hertekenen op een manier die hij ook al binnenkort voor de rechtbank zal moeten verdedigen.
Maar De Lay staat vooral bekend als een formidabele fondsenverzamelaar voor politieke campagnes. Zijn bijnaam is niet voor niets The Hammer – hij hamerde op kapitaalkrachtige politieke sympathisanten in tot ze met het chequeboek voor de dag kwamen. Veel Republikeinse kandidaat congresleden waren op De Lay aangewezen om hun campagnes mee te financieren.

De Democraten zien in de Abramoff affaire het bewijs zien van hun stelling dat de regering Bush in een “cultuur van corruptie” baadt maar ook sommige Democratische Congresleden hebben boter op het hoofd en geld van Abramoff op hun bankrekening. Voor de Amerikaanse kiezer ziet het er naar uit dat de cultuur van corruptie heel Washington heeft aangetast.

Friday, December 23, 2005

CHRISTMAS

Voor de Dag 23-12-05

http://rapidshare.de/files/9669082/christmas_2.MP3.html

Er is een oorlog aan de gang in Amerika: de oorlog tegen Kerstmis. Zo tenminste ziet het de conservatieve commentator Bill O’Reilly van de nieuwszender Fox. Het is een oorlog zegt hij van de zogenaamde secularisten die elke verwijzing naar godsdienst of spiritualiteit uit het openbare leven willen bannen.

Kerstmis mag zo niet meer heten. De kerstboom is de “holidaytree” – en een beetje politiek correct iemand stuurt geen wensen voor een prettige – laat staan een zalige kerst – maar houdt het bij het neutrale prettige feestdagen.

Zelfs George en Laura Bush, toch bekend als christenmensen stuurden anderhalf miljoen Amerikanen een kerstkaart die zo niet mag heten. Ze wensen hun landgenoten de beste wensen voor het vakantieseizoen.En al hebben ze er dan om de pil te verzachten een tekst uit de psalmen bijgedaan dat kan de zuiveren in de leer niet vermurwen. Want die psalm komt toch uit het Oude Testament en dat is zo een beetje een gebaar voor de Joodse medeburgers die zich door al dat kerstgedoe gefroisseerd kunnen voelen nu ze hun eigen Hannukah vieren.

De leiders van Christelijk rechts waren dan ook niet te spreken over de slappe houding van de christelijke president. Bush beweert dat hij een christen is maar hij handelt er niet naar schreef Joseph Farah van de conservatieve website WorldNetDaily. Com en een andere christelijke commentator ziet in de kerstkaart – pardon de vakantiekaart – van de president een kleine maar belangrijke stap in de richting van de ontkerstening van de samenleving.

De christenen voelen zich het slachtoffer van een offensief dat in hun ogen gesteund wordt door de goddeloze media. En ze hebben voorbeelden bij de vleet. Zo is er die school in New Jersey die zelfs de instrumentale versie van kerstliederen taboe heeft verklaard en de stadsbesturen die er niet over peinzen toestemming te geven voor een kersttafereel met kribbe en engelen en zo. Ja en zelfs de weinig christelijke Rudolf, het rendier met de rode neus wordt met grote argwaan bekeken.

Maar de evangelicals en de conservatieve katholieken gaan ook in de tegenaanval. Zo was er een webblog die opriep om winkels te boycotten die vakantiekoopjes aanbieden in plaats van de traditionale Christmas Sale.

De christenen vergeten daarbij graag dat Kerstmis in wezen een heidense traditie is die teruggaat op de viering van de zonnewende van de winter. Pas vele eeuwen na het leven van Jezus Christus kaapten zijn volgelingen de heidense traditie en lieten ze samenvallen met zijn geboorte. Tot laat in 17e eeuw bestreden de christelijke pelgrims – de founding fathers van de Verenigde Staten – te vuur en te zwaard de viering van dat heidense feest door christenen. De Puriteinen vaardigden in 1659 in New England een wet uit die van het vieren van kerstmis tot een misdrijf maakte. Hun nakomelingen in de 21e eeuw hebben zich met dezelfde fanatieke ijver tot doel gesteld kerstmis uit de handen van de heidenen te redden.

Saturday, December 10, 2005

VIERDE MACHT

De Vierde Macht met de billen bloot, zo lijkt het nu de rook rond Plamegate – het schandaal van het CIA-lek in het Witte Huis – min of meer is opgetrokken.
Een ex-ambassadeur spreekt de bewering van de regering Bush tegen dat Saddam Hoessein in Afrika grondstoffen zocht om kernwapens te maken, het Witte Huis neemt wraak door te lekken dat de vrouw van de diplomaat – Valerie Wilson Plame - een geheim agente is van de CIA. Scooter Libby, een topmedewerker van vice-president Dick Cheney liegt dat hij blauw ziet en moet binnenkort wegens meineed voor de rechter verschijnen.

Maar de hele zaak bezorgde de Amerikaanse krantenlezer ook een inkijkje in de zeden en gebruiken van veelgeroemde Amerikaanse “kwaliteitskranten” als The New York Times en de Washington Post. Wat hij zag was niet fraai en de reputatie van een paar sterjournalisten kreeg om het zacht uit te drukken een flinke deuk. Judith Miller van de New York Times schoot er zelfs haar baan bij in.

Miller bracht een tijd in de gevangenis door omdat ze weigerde haar bronnen prijs te geven, maar toen ze na na 85 dagen in de cel besloot om toch te getuigen begonnen velen te twijfelen aan haar edele bedoelingen. Het vermoeden ontstond dat Miller de mantel van het martelaarschap had aangetrokken om haar eerdere blunders te doen vergeten. De Pulitzerprijswinnares stond immers op dat moment vooral bekend om haar artikelen in The New York Times waarin ze op gezag van haar hooggeplaatste bronnen het bestaan had “aangetoond” van Saddam Hoesseins massavernietigingswapens. Toen bleek dat die massavernietigingswapens alleen in de fantasie van Iraakse ballingen en de bewoners van het Witte Huis bestonden had de eerbiedwaardige krant zich op de borst geklopt en haar excuses bij de lezers aangeboden.

Kort nadat Judith Miller uit de gevangenis kwam moest de New York Times voor de tweede keer het boetekleed aantrekken. De sterreporter – bijgenaamd Miss Amok - ontsnapte bij de krant blijkbaar aan elke redactionele controle en de hoofdredacteur drukte er zijn spijt over uit dat hij niet eerder was opgetreden tegen de wel heel vriendschappelijke verhouding tussen figuren als Libby en zijn redactrice.

De storm rond Miller was al wat gaan liggen toen een tweede bom barstte. Bob Woodward van de Wahington Post – beroemd door Watergate - maakte bekend dat hij al vóór Miller bij Libby op de sofa had gezeten en dat hij de naam Valerie Plame ook in zijn aantekeningen had teruggevonden. Woodward had – ook in naam van het brongeheim – zijn redactie en zijn bazen hiervan in het ongewisse gelaten, ook al zochten zijn collega’s bij de krant koortsachtig naar de bron van het lek. .

“Hoor je dat sissend geluid?” Vroeg een blogger nadat Woodward met zijn verhaal naar buiten was gekomen. “Het is de lucht die uit de reputatie van Woodward ontsnapt.”
De beroemde journalist verdedigde zich bij Larry King en voerde aan dat zijn goede relaties met hooggeplaatste bronnen in het Witte Huis tal van scoops hebben opgeleverd en het materiaal voor onthullende boeken die Bush en de regering niet ontzien.
Maar het beeld blijft van een journalist die zijn relaties met de macht hoger aanslaat dan de belangen van zijn lezers. Het verhaal van het CIA- lek is daarmee nog niet aan het laatste hoofdstuk. Zopas werd bekend dat nóg een journalist – dit keer van het weekblad Time – aan de ontvangende stond van de gunsten van Scooter Libby en de speciale aanklager probeert nog altijd te achterhalen welke rol Karl Rove, de rechterhand van de president in de hele affaire heeft gespeeld. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Johan Depoortere
Washington
29 november 2005

Monday, November 14, 2005

POLITIEKE FICTIE EN REALITEIT

Niets is zo fantastisch als de werkelijkheid. Neem nu dit: een hooggeplaatste ambtenaar van het Witte Huis moet ontslag nemen omdat bekend is geworden dat hij militaire geheimen heeft gelekt en een verslaggever komt in de gevangenis terecht omdat hij zijn bron niet bekend wil maken. Fictie of realiteit? Uitgerekend in de week dat Lewis Scooter Libby, de stafchef van vice-president Cheney tot ontslag werd gedwongen was in The West Wing, de politieke soap van NBC, te zien hoe de fictieve perschef van het Witte Huis gedwongen werd bekend te maken dat hij de lek was waar weken lang naar werd gezocht.

De samenloop van fictie en realiteit was niet geheel toevallig. De makers van The West Wing wisten natuurlijk ook dat de bijzondere aanklager Patrick Fitzgerald al twee jaar op zoek was naar de bron van het lek in het Witte Huis dat Cia-agente Valerie Plame uit de schaduw van de geheime dienst haalde en daarmee haar carrière effectief de grond inboorde. Maar dat de ontknoping in de televisieserie zou samenlopen met die in het echte Witte Huis was een voltreffer waarvoor Hollywood de televisiegoden dankbaar mag zijn.

Overigens hielden de gelijkenissen tussen fictie en realiteit hiermee niet op. In The West Wing doet de Republikeinse senator Arnold Vinick een gooi naar het presidentschap, maar komt daarbij in botsing met de christelijk conservatieve achterban van de partij. De christelijken willen in ruil voor hun steun aan de kandidaat dat die zou beloven enkel rechters te benoemen die tegen het recht op abortus zijn. Harriet Miers, door president Bush naar voren geschoven om in het Hooggerechtshof te gaan zetelen moest haar kandidatuur intrekken onder druk van de christelijke fundamentalisten die twijfelden aan haar conservatieve geloofsbrieven.

Voor de Amerikaanse televisiekijker wordt het op die manier steeds moeilijker om realiteit en fictie uit elkaar te houden. Toen vorige week de twee fictieve presidentskandidaten uit The West Wing met elkaar in debat gingen was op het scherm het nieuwslogo van NBC te zien en het debat werd geleid door een echte journalist van NBC-nieuws. Na afloop waren op de website van MSNBC – het zusterbedrijf van de nieuwszender – de resultaten te zien van een echte opiniepeiling over de vraag wie het debat had gewonnen. De democratische kandidaat haalde een ruime meerderheid maar de meeste ondervraagden gaven ook te kennen dat ze het fictieve debat ver boven het echte verkozen.

De politieke wereld is niet onverdeeld gelukkig met het succes van de politieke fictie Vooral Commander in Chief moet het ontgelden. In deze successerie van ABC is vice-president Mackenzie Allen (Geena Davis) door het onverwachte overlijden van president Bridges de eerste vrouwelijke president geworden van de Verenigde Staten. Merk op dat Mackenzie niet via gewone verkiezingen aan de macht is gekomen. Dat was wellicht zelfs voor Hollywood een politieke brug te ver. Maar ook nu kunnen veel conservatieven de politieke fictie nauwelijks smaken. Het moet gezegd dat Commander in Chief nauwelijks moeite doet om onpartijdig over te komen. De sinistere tegenspeler van president Allen is de Republikeinse speaker van het Huis van Afgevaardigden (Donald Sutherland) die geen smerige intriges en slagen onder de gordel uit de weg gaat.

Vorige week bezocht Mevrouw de President de staat Florida waar een orkaan dood en vernieling heeft gezaaid. Ze gaf FEMA (het Ministerie voor Rampenbestrijding) de opdracht om het uur te rapporteren over de toestand op het terrein: een duidelijke sneer aan het adres van het Witte Huis van George W Bush. Maar wat conservatief Amerika vooral dwars zit is een andere vermeende verborgen agenda. In serieuze politieke debatten hoor je conservatieve commentatoren fulmineren tegen deze poging van Hollywood om het Amerikaanse publiek rijp te maken voor het idee van een vrouwelijke president en dus de weg naar het Witte Huis te bereiden voor Hillary Clinton.

Johan Depoortere
Washington 13-11-2005

Saturday, November 05, 2005

Monkey trial 2

Dover Pa is een testcase voor Intelligent Design. 11 ouders spanden er een proces aan tegen het plaatselijke schoolbestuur dat ID in de wetenschapsles wil introduceren.


http://rapidshare.de/files/7230611/VRT_-_Depoortere__2.wmv.html

Klik op de link - scroll naar onderaan de bladzijde en klik op free
Op de volgende bladzijde scroll je weer naar beneden en wacht een twintigtal seconden
Klik dan op de Downloadfile

BUSH v WETENSCHAP.

In 1925 kreeg de leraar John Scopes een boete van 100 dollar opgelegd omdat hij het bestaan had zijn leerlingen in Tennessee de evolutieleer van Darwin te onderwijzen. Het proces tegen Scopes zou de geschiedenis ingaan als het Scopes Monkey Trial. Een leraar die de kinderen vertelt dat de mens van apen afstamt – het was ongehoord in het Amerikaanse Zuiden en het was bij wet verboden. 80 jaar later zegt president George W Bush dat leerlingen in de middelbare school onderwezen moeten worden inde theorie van Intelligent Ontwerp: het idee dat het leven op aarde niet is ontstaan als gevolg van een Big Bang maar dat een Intelligent bovennatuurlijk wezen op zijn minst de eerste vormen van leven heeft ontworpen. Bush tegen de wetenschap, het is niet nieuw. Nog vóór George W in augustus zijn uitspraak deed over IO had hij al eerder met het grootste gemak wetenschappelijke argumenten van tafel geveegd in belangrijke debatten als dat over stamcelonderzoek, opwarming van de aarde, aidsbestrijding en contraceptie.

In Dover, een onooglijk stadje in de staat Pennsylvania moet van de week het doek vallen over een proces dat in de pers wel eens Scopes Monkey trial nummer twee wordt genoemd.
Het schoolbestuur van Dover wil in de lessen wetenschap een verklaring laten voorlezen waarin gewezen wordt op gaten in de evolutieleer van Darwin en waarin Intelligent Ontwerp wordt voorgesteld als een alternatieve theorie voor de verklaring van het ontstaan van het leven op aarde. Tegenstanders zien daarin niets anders dan het binnensmokkelen van creationisme op school: de leer die ervan uitgaat dat het scheppingsverhaal in de bijbel letterlijk moet worden genomen, dat God de aarde met alle vormen van leven die er te vinden zijn in zes dagen heeft geschapen en dat de wereld slechts enkele duizenden jaren oud is.

Elf ouders trokken in Dover naar de rechtbank met het argument dat de theorie van Intelligent Ontwerp tot het domein van de religie en de filosofie behoort en niet tot dat van de wetenschap. Een verwijzing naar IO in de wetenschapsles is daarom een inbreuk op het eerste Amendement van de Amerikaanse Grondwet waarin wordt bepaald dat de staat geen godsdienst mag instellen. Het proces in Dover wordt daarmee de eerste juridische test over IO op school sinds het Hoog Gerechtshof in 1987 bepaalde dat het creationisme of de zogenaamde scheppingswetenschap niet in de wetenschapsles thuishoren. Kort na die uitspraak dook voor het eerst het idee van Intelligent Ontwerp in het publieke debat op.

De meeste propaganda voor Intelligent Ontwerp is afkomstig van een think tank in Seattle: het Discovery Institute dat nauw verbonden is met Christelijk Rechts en steun krijgt van machtige groepen en individuen. Het Instituut kan rekenen op de sympathie van de talrijke fundamentalistische christelijke lobbygroepen die president Bush aan de macht hebben helpen brengen en op ruime financiële middelen afkomstig van onder andere Bill Gates en de bankiersfamilie Ahmanson. De strategie van het Discovery Institute verschilt wezenlijk van die van de traditionele creationisten. In de publicaties van het Instituut komt het woord God niet voor. Prestigieuze wetenschappers zoals de biochemicus Michael Behe, die ernstige twijfels heeft over sommige aspecten van de leer van Darwin, worden naar voren geschoven in dvd’s boeken en brochures die als wetenschappelijke literatuur ogen. Het Discovery Institute voert geen campagne voor het onderricht van IO op school en distantieert zich zelfs uitdrukkelijk van die scholen die dat wel doen. In plaats daarvan zweren de propagandisten van het Discovery Institute bij de slagzin: onderwijs de controverse. Het punt is dat er voor het overgrote deel van de wetenschappelijke wereld geen controverse bestaat. De evolutieleer van Darwin mag dan al vragen onbeantwoord laten, geen ernstige wetenschapper die eraan twijfelt dat evolutie de grondslag is voor alle biologie.

Maar het idee van onderwijs de controverse maakt opgang en president Bush zelf leek uit het boekje van het Discovery Institute te citeren toen hij in augustus zei dat de leerlingen de beide kanten moeten leren kennen. De president geeft daarmee morele steun aan de schoolgemeenschappen die eerder al de daad bij het woord hebben gevoegd en het teach the controversy als uitgangspunt van hun beleid hebben genomen. Het gaat om scholen in Ohio, New Mexico, Minnesota, Kansas en nu dus ook Dover in Pennsylvania. Wetenschappers maken zich grote zorgen over die trend. Door de evolutieleer van Darwin op gelijke voet te stellen met een pseudo-wetenschappelijke theorie als IO devalueer je het wetenschapsonderwijs. Bovendien zwichten veel scholen voor de druk van Christelijk Rechts en leraren moffelen de evolutieleer uit angst onder tafel. We riskeren een generatie wetenschappelijke analfabeten af te leveren zegt Kirk Johnson, curator van het natuurhistorisch museum in Denver, Colorado waar creationisten en aanhangers van IO graag naartoe komen om hun theorieën te “bewijzen.”

De Grand Canyon in dezelfde staat Colorado is een waar bedevaartsoord voor creationisten en aanhangers van IO. Zij organiseren er christelijk georiënteerde rondleidingen die moeten aantonen dat de geologische lagen in de Canyon niet twee miljard jaar geleden zijn ontstaan zoals de meeste geologen aannemen maar het gevolg zijn van Noah’s zondvloed niet meer dan een paar duizend jaar geleden. Dat soort onzin staat onder andere te lezen in Grand Canyon, a Different View, een luxueus uitgegeven boek voor de koffietafel met pseudo-wetenschappelijke essays van christelijke inspiratie. De National Park Service, de overheidsinstelling die het natuurgebied van de Grand Canyon beheert kwam onder sterke druk van christelijke groepen te staan om het boek in de rekken te plaatsen van de drukbezochte Visitors’ Centers

Ondanks scherp protest van de wetenschappelijke wereld en de enorme controverse die intussen over A different View was ontstaan bleef het boek in de winkels van de National Park Service te koop. Christelijke lobbygroepen weten zich verzekerd van de – op zijn minst morele – steun van de president als ze hun visie als een wetenschappelijk alternatief proberen te verkopen. De wereld van de wetenschap was door die evolutie zo gealarmeerd dat meer dan zestig wetenschappers - onder wie twintig Nobelprijswinnaars – in februari 2004 een open brief schreven naar de president waarin ze lucht gaven aan hun bezorgdheid en verontwaardiging. Als wetenschappelijke kennis in conflict komt met politieke doeleinden zo schreven ze dan manipuleert de regering het proces waarbij de wetenschap de politieke beslissingen beïnvloedt. Dat gebeurt onder andere door mensen zonder de nodige kwalificaties te benoemen in officiële functies en in wetenschappelijke adviesorganen (…) door de wetenschappelijke rapporten van de regering zelf te censureren of te negeren of door gewoon geen wetenschappelijk advies in te winnen.

Het negeren door de regering van de eigen wetenschappelijke rapporten: dat was nergens zo duidelijk als in de discussie over klimaatwijziging. In 2002 deed Bush het Climate Action Report, een document van het State Department over klimaatswijziging af als een tekst van de bureaucratie. In hun open brief verweten de wetenschappers de regering Bush de wetenschappelijke consensus te ondermijnen over de oorzaken van de klimaatwijziging op aarde, namelijk de productie van broeikasgassen veroorzaakt door menselijke activiteit. Zoals elders bestaat de tactiek van deze regering erin twijfel te zaaien over de wetenschappelijke consensus door te wijzen op meningsverschillen die wetenschappers er op ondergeschikte punten op na houden en door de nadruk te leggen op vragen waar de wetenschap tot dusver geen antwoord op heeft. Zo antwoordde Bush op een vraag van het wetenschappelijke tijdschrift Science over klimaatwijziging dat de National Academy of Science tot de conclusie is gekomen dat er nog steeds onzekerheid bestaat over de onderliggende oorzaken van de verandering in de natuur en het klimaat. Bush doelde op de passages in een rapport van de National Academy of Science waarin inderdaad een aantal vragen onbeantwoord blijven maar waar de conclusies ondubbelzinnig de band tussen menselijke activiteit en klimaatswijzing erkennen.

Dat president Bush op gespannen voet leeft met de wetenschap werd al vroeg in zijn presidentsschap duidelijk. In zijn eerste televisietoespraak op 9 augustus 2001 had hij het over stamcelonderzoek. Hij wees het gebruik van embryonale stamcellen op ethische gronden af en hij beweerde dat het ook niet nodig was om levende menselijke embryo’s te vernietigen om het medisch veelbelovende stamcelonderzoek voort te zetten. Er was namelijk voldoende onderzoeksmateriaal voorhanden beweerde Bush: meer dan zestig genetisch diverse stamcellijnen bevonden zich in Amerikaanse laboratoria. Het cijfer van zestig stamcellijnen is daarna in het openbare debat over stamcelonderzoek een eigen leven gaan leiden. Probleem is: het klopt niet. Volgens Nobelprijswinnnaar voor geneeskunde Paul Berg – professor emeritus aan de universiteit van Stanford – verwarde Bush al of niet opzettelijk stamcellijnen met derivaten: cellen die uit een oorspronkelijke lijn werden gekweekt maar waarvan de levensvatbaarheid of de bruikbaarheid in het lab twijfelachtig is.

De Evangelicals, altijd klaar om nieuwe argumenten aan te dragen in de strijd voor wat ze gezonde wetenschap noemen, hebben ook hier een mouw aan gepast. Ze verspreiden het idee dat voor verder stamcelonderzoek ook gebruik kan worden gemaakt van zogenaamde volwassen stamcellen die gevonden worden in de hersenen, het beenmerg en de lever. Wetenschappers die op het terrein met het onderzoek bezig zijn verwijzen die theorie resoluut naar het domein van de fictie of het geloof. Louis Guenin, een biomedische moraalprofessor van Harvard stelt de propagandisten van de het volwassen-stamcelonderzoek op gelijke hoogte met de creationisten. Het is ook geen toeval dat de cheerleader van het volwassen-stamcelonderzoek, Wesley Smith, een senior fellow is van het Discovery Institute.

De discussie over stamcelonderzoek heeft binnen Bush’ eigen Republikeinse partij tot dissidenties geleid. Gematigde conservatieven zoals senator Arlen Specter van Pennsylvania, voorzitter van de juridische commissie in de Senaat, zijn bang dat de ideologische opstelling van de president Amerika achterop doet hinken in het medisch en wetenschappelijk onderzoek terzake. Spector lijdt zelf aan kanker en dat verklaart wellicht ten dele zijn openlijk verzet tegen de wetenschapspolitiek van het Witte Huis. Maar intussen hebben ook andere Republikeinen moeten toegeven dat er veel minder stamcellen voor onderzoek beschikbaar zijn dan de president in zijn speech vier jaar geleden beweerde en er wordt gewerkt aan een compromis om federale steun voor sommige vormen van stamcelonderzoek mogelijk te maken. Het Witte Huis heeft al laten weten dat de president zijn veto zal gebruiken.

Johan Depoortere
Washington
2 november 2005

Wednesday, October 26, 2005

AMERIKAANSE DROOM

Met een beetje goede wil zou je Barbara Ehrenreich de Amerikaanse Günther Walraff kunnen noemen. Net als de Duitse activist-journalist heeft Ehrenreich er haar handelsmerk van gemaakt om zich under cover in een bepaald milieu in te werken en verslag uit te brengen over haar ervaringen. Dat leverde onder andere Nickel and Dimed op: het schokkende relaas van haar leven als dienster, schoonmaakster en caissière in de supermarkt. Ehrenreich ondervond aan den lijve dat je van die blue collar banen nauwelijks kunt leven – in het beste geval overleven door twee of zelfs drie jobs aan te pakken, een flat te delen met een kamergenoot en het verder heel sober aan te doen. Miljoenen Amerikanen bevinden zich in die situatie en hun aantal neemt toe.

In haar jongste boek Bait and Switch gaat Ehrenreich weer under cover, dit keer in de wereld van het bedrijfsleven waar ze zich een plaats probeert te veroveren in het middenkader. Bait and Switch is een term uit de reclamewereld en betekent zo iets als lokmiddel voor de verkoop: een extra-goedkoop artikel in de etalage om de klanten te lokken. Ehrenreich komt terecht in de hallucinante wereld van de werkzoekende white collar worker die er blijkbaar in veel opzichten nog slechter aan toe is dan zijn blue collar collega. Hoe wijd ook de mazen in het Amerikaanse sociale vangnet – die laatste valt niet helemaal in een zwart gat als hij zijn baan verliest. Voor het ontslagen kaderlid is er helemaal niets en wie één keer uit de boot is gevallen heeft het buitengewoon moeilijk om weer aan boord te klimmen.

In haar zoektocht naar een plekje in corporate America komt Ehrenreich tientallen collega’s werkzoekenden tegen die tot voor kort nog een ronkende titel op hun naamkaartje konden schrijven. Enkelen werden enkele dagen vóór hun ontslag nog gelauwerd en geprezen door het topmanagement. Maar als de hakbijl van de downsizing en de herstructurering toeslaat is niemand buiten schot. De voormalige manager of it-spcialist komt in een vicieuze cirkel terecht en slechts weinigen slagen erin een baan op hun vroegere niveau te bemachtigen. Het feit alleen dat je werkloos bent is een zware handicap in je zoektocht naar werk. Het woord werkloos is daarom taboe en op je curriculum heet het dan dat je in transition bent.

Geen wonder dus dat het leger armen in de Verenigde Staten onrustbarend aanzwelt. Sinds 2000 is het aantal mensen onder de officiële armoedegrens met niet minder dan vier miljoen toegenomen. In 2003 waren dat bijna 36 miljoen Amerikanen, 1,3 miljoen meer dan het jaar ervoor. Onder hen zitten veel van die white collar workers die van de sociale ladder zijn afgedonderd. Ehrenreich maakt kennis met collega’s in transition die op een leeftijd van veertig jaar of ouder noodgedwongen weer bij hun ouders zijn gaan intrekken. Het alternatief was de straat.

Ehrenreich zelf komt na bijna een jaar zoeken, duizenden e-mails, tientallen jobbeurzen en nadat ze duizenden dollars heeft gespendeerd aan job coaches, consultancy sessies en bootcamps niet verder dan welgeteld twee jobaanbiedingen. Een verzekeringsmaatschappij en een cosmeticabedrijf bieden haar een baan aan maar geen salaris. Integendeel: ze moet zelf investeren in de producten die ze zal verkopen en waarop ze dan een commissieloon kan krijgen. Geen loon, geen pensioen, geen ziekteverzekering. In één van de twee jobaanbiedingen kan Ehrenreich wel bijkomende ziekteverzekering verkopen maar zelf blijft ze totaal onverzekerd. De jobmarkt voor dit soort commission only banen is in volle expansie. De reden is duidelijk: werkgever investeert geen cent en het risico is helemaal voor de werknemer. De Dood van een Handelsreiziger is meer dan ooit actueel in het Amerika van vandaag.

Tuesday, October 25, 2005

ONBEKEND AMERIKA

Kennen we Amerika? Sinds Alexis deToqueville hebben Europeanen het land aan de andere kant van de oceaan bekeken met een mengsel van ietwat neerbuigende verbazing (de naieve Amerikaan) heimelijke bewondering (de optimistische Amerikaan), lichte jaloezie (de rijke Amerikaan) en uitgesproken ergernis (de arrogante Amerikaan). Sinds de verkiezing en de herverkiezing van de Texaan George W Bush is de balans helemaal naar de kant van de ergernis – zeg maar het afgrijzen overgeslagen: De Ugly American als het ware aan de macht en in het Witte Huis. Natuurlijk zijn de Verenigde Staten niet alleen het land van George W, Donald Trump en Bill Gates maar ook dat van Barbara Ehrenreich die in De achterkant van de Amerikaanse Droom in de huid kruipt van de miljoenen Amerikanen die met het minimumloon moeten (proberen te) overleven, Niet alleen het land van de Red Necks maar ook dat van de East Coast Liberals

In Het land dat zichzelf bemint doet Rudi Rotthier een poging om verder te kijken dan de clichés. Rotthier is één van de weinige – wellicht de enige en zeker de beste – Vlaamse beoefenaar van het journalistieke genre van de reisreportage. Eerder al maakte hij naam en faam met onder andere De Koranroute – het verslag van zijn reizen door het Midden-Oosten. Voor Het land dat zichzelf bemint reisde hij vijftien maanden van hot naar her door het immense Amerika. Hij praatte met studenten van de fundamentalistische Bob Jones University, met daklozen en lobbyisten in Washington, met Afrikaanse immigranten en aan de drank geraakte ex-militairen, met schrijvers en boekhandelaars. Het resultaat is een bont palet van kleine portretjes en meningen zogevarieerd als Amerika zelf. De meeste verhalen zijn de neerslag van toevallige ontmoetingen onderweg, vaak in de bus –of het busstation. Rotthier reist namelijk met het openbaar vervoer – of te voet en dat zorgt voor een bijzondere invalshoek. .

Van het moment dat ik je zag wandelen wist ik dat je geen Amerikaan kon zijn zegt Jaime, een Mexicaanse klusjesman die hij op een van zijn wandelingen tegenkomt. Autoloze Amerikanen zijn in regel niet blank. Pas als hij op weg is naar Florida krijgt Rotthier een groot aantal blanke medereizigers in de bus. Het zijn witten met een busexcuus: hartproblemen, rijbewijs kwijt, auto gestolen. Linda is één van hen: op haar zestigste verplicht om met de bus te reizen. Ze had een luchtvrachtbedrijf in Denver, Colorado maar toen na 11 september de luchtvaartsector in een crisis verkeerde zag ze het bedrijf dat ze zelf uit de grond had gestampt voor haar ogen ten onder gaan. Het vervolg klinkt bekend: spaarcenten opgegeten en dan op zoek naar een alternatief. Dat heeft Linda gevonden in de rijke bejaarden in Florida die haar betalen om hun auto naar huis terug te brengen nadat ze zelf gepakt en gezakt naar hun winterverblijf zijn gereden. Linda reist met de Greyhound van de ene klant naar de andere en de afgelopen maanden heeft ze meer nachten in een auto of een bus geslapen dan in een bed. De achterkant van de Amerikaanse Droom.

Barbara Ehrenreich heeft er een heel boek over geschreven. Rotthier ontmoet de auteur in haar woning op de Florida Keys, temidden van de mangrovestruiken en de naaldvissen die in de zomer uit het water opspringen. Niet direct het optrekje waar je een linkse schrijver zou vermoeden maar haar huis is gelet op de omgeving nog vrij bescheiden.
Ehrenreich steunde in de verkiezingen van 2000 presidentskandidaat Ralph Nader en hielp daarmee George W Bush aan zijn overwinning –een politieke keuze waarvoor ze openlijk het boetekleed aantrok. Kort vóór die verkiezingen dook ze drie maanden onder in de wereld van de Nickel and Dimed: de 25 tot 30 percent van de Amerikanen die letterlijk proberen te overleven op de cijfers na de komma. Voor drie keer een maand ruilde Ehrenreich haar riante villa op de Keys voor een gedeelde flat met slecht sluitende deuren of een stacaravan waarvoor ze dan telkens meer dan de helft van haar loon als dienster of rekkenvulster bij de goedkope winkelketen Walmart moest betalen. Ehrenreich kwam in haar under coveronderzoek naar de wereld van de blue collarworker op een andere planeet terecht. Werkgevers als Walmart voeren de druk op hun personeel dermate op dat meer en meer werknemers aan de kassa luiers moeten dragen omdat ze de plaspauze niet halen. En dat was onder de bloeiende economie in de Clintonjaren, waar velen nu met heimwee aan terugdenken.

Rudi Rotthier begint zijn zoektocht naar de ziel van Amerika in Philadelphia, de stad van de Broederlijke Liefde waar Thomas Jefferson zijn Declaration of Independence neerpende. Hij zit meteen in de dubbelzinnigheid die zo kenmerkend is voor God’s own Country. Jefferson had het zelf niet zo op het opperwezen begrepen maar zijn Onafhankelijkheidsverklaring wordt door fundamentalisten aangegrepen om de aanwezigheid van de Tien Geboden in rechtbanken te verantwoorden en om enkele keren per dag Gods zegen over het land af te roepen. Een slavenhouder die koudweg schrijft dat all men are created equal en dat iedereen het onvervreemdbare recht heeft op Leven, Vrijheid en het Streven naar Geluk.
Theorie en praktijk. In A people’s History of the United States doet de linkse historicus Howard Zinn schitterend uit de doeken hoe handig de Amerikaanse bovenlaag altijd is geweest in het verdoezelen van klassentegenstellingen en hoe ze tegengestelde belangen wisten onder te sneeuwen onder een dikke laag patriottisme en ronkende principeverklaringen. Jefferson ademde de geest van de Europese Verlichting, maar hij stond aan de wieg van een land waar het tot laat in de jaren zestig in sommige staten een misdaad was de evolutietheorie van Darwin te onderwijzen en waar tot twee jaar geleden homoseksualiteit tot gevangenisstraf kon leiden.

In een land waar volgens alle opiniepeilingen de meerderheid van de bevolking voorstander is van algemene ziekteverzekering kiest diezelfde meerderheid een president die wat overblijft aan openbare sociale voorzieningen wil privatiseren. Een christelijke fundamentalist in het Witte Huis verkozen door een meerderheid die op andere momenten zegt geen bezwaren te hebben tegen een wetgeving op humane levensbeëindiging. Nergens wordt de vrijheid van informatie zo geroemd als hier en nergens is de meerderheid van het publiek zo slecht geïnformeerd (Is Belgium the capital of Denmark?) Geen land ter wereld is zo geobsedeerd door gezondheid en fitheid en wellicht geen land ter wereld eet zo ongezond. Vervaldata op levensmiddelen worden in de winkel vlotjes onleesbaar gemaakt of overplakt. Toen voor het eerst een gekke koe op Amerikaanse bodem werd ontdekt volgde een indrukwekkende minimaliseringscampagne in de media: de koe kwam uit Canada, ze had geen familie binnen de landsgrenzen enz. We hebben het veiligste voedsel ter wereld verklaarde een woordvoerder van het ministerie van volksgezondheid maar een paar dagen later becijferde een van de nieuwsmagazines Time of Newsweek dat de Verenigde Staten het geringst aantal voedselcontroles uitvoert van de ontwikkelde landen.

Kunnen we Amerika kennen en bestaat er zo iets als “typisch Amerikaans?” Ik voel me soms alsof ik met behulp van één teen, gedipt in brak water, probeer de oceaan te beschrijven aldus Rotthier. Hij reist bijna de hele tijd door de veelbesproken fifty-fifty nation: stad-platteland, links-rechts. De politieke verhoudingen liggen zelden scherper dan 55-45.Voor elke Bush-fanaat vind je een Bush-hater, voor elke voorstander van de oorlog in Irak vind je een tegenstander. Een linkse die-hard als David Horowitz ziet het neoconservatieve licht en wordt op slag een icoon van rechts. Rudi Rotthier hoedt er zich voor algemene uitspraken te doen over Amerika. Hij registreert wat hij op zijn vijftien maand durende tocht tegenkomt en laat de lezer zijn conclusies trekken.

Ht land dat zichzelf bemint is buitengewoon onderhoudend en vlot geschreven. Rotthier heeft de gave om met enkele woorden een tafereel te schetsen (Linda heeft zichzelf over twee zitjes gedrapeerd) Zijn buurvrouw in de bus smukt zichzelf op: ze begint met haar teennagels,die ze knipt vijlt en schildert en baant zich vervolgens een weg naar haar hoofd, dat ze plamuurt en schildert… Jammer dat deze overigens zeer leesbare tekst te vaak ontsierd wordt door Belgicismen en verkavelingsvlaams (even later komen zijn vrouw en dochter ons vervoegen sic– fier in de betekenis van trots – quasi waar bijna wordt bedoeld, , reinigen voor schoonmaken, weerhouden etc etc). Een beetje redacteur of proeflezer had dit soort taalmisbaksels kunnen uitwieden en de lezer (of sommige lezers) een pak ergernis besparen.

Johan Depoortere
zondag 23 oktober 2005


Het Land dat zichzelf bemint
Rudi Rotthier
Uitgeverij Atlas
463 bladzijden
***

DSL
27-10-05

Saturday, October 22, 2005

WITTE HUIS IN LAST

Rust er een vloek op de tweede ambtstermijn van Amerikaanse presidenten? Zeker is dat weinig bewoners van het Witte Huis de laatste decennia veel plezier hebben beleefd aan hun herverkiezing. Ronald Reagan kreeg een overweldigend mandaat maar ging ei zo na ten onder in het Iran-Contraschandaal. Clinton had zijn Monica Lewinsky en dan was er natuurlijk Watergate, de moeder van alle schandalen die Richard – your president is not a crook – Nixon, met schande overladen, uit Pennsylvania Avenue 1600 dreef.

En nu George W. Twee van zijn naaste politieke medewerkers in opspraak, oproer in de conservatieve achterban en een gerechtelijk onderzoek tegen de twee toprepublikeinen in het Congres. Hoeft het te verbazen dat de publieke opinie de president een slecht rapport geeft? Zijn score is nu al onder veertig percent gezakt – een historisch dieptepunt dat mee te verklaren valt door de uitzichtloze oorlog in Irak, de onvrede over de hoge benzineprijzen en het geklungel na de orkaan Katrina.

Een Watergate is het zeker (nog) niet, maar het Witte Huis maakt zich duidelijk zorgen over de wending die Rovegate de laatste paar weken heeft aangenomen. De vraag is: heeft Karl Rove, de architect van al George W’s verkiezingssuccessen, de naam van CIA-agente Valerie Plame te grabbel gegooid om haar man, ex-ambassadeur Joseph Wilson te treffen? Dat zou gebeurd zijn uit wraak. In januari 2003 had president Bush in zijn State of the Union beweerd dat de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein geprobeerd heeft in het Afrikaanse land Niger uranium te kopen voor het aanmaken van kernwapens. Na een trip naar Niger had ambassadeur Wilson dat in de New York Times publiekelijk weerlegd en dat viel bijzonder slecht in een Witte Huis waarvan bekend is dat het weinig op heeft met dissidente stemmen.

De speciale aanklager die al bijna twee jaar naar het CIA-lek op zoek is komt steeds dichter in de buurt van het Witte Huis, Karl Rove en Scooter Libby, de naaste medewerker van vice-president Cheney. Of er een misdaad is begaan en of Rove, Libby en anderen voor de rechter moeten verschijnen, dat blijft bij het ter perse gaan nogal allemaal in het ongewisse, maar nu al staat vast dat de zaak een verlammend effect heeft op de regering Bush. Rove en Libby zijn twee absolute zwaargewichten en volgens het weekblad Time hebben ze te kennen gegeven dat ze uit het Witte Huis vertrekken als ze in staat van beschuldiging worden gesteld.

Een andere zware klap voor president Bush zijn de juridische problemen van zijn vriend en politieke toeverlaat in het Huis van Afgevaardigden Tom De Lay. De Lay heeft ontslag moeten nemen als leider van de Republikeinse meerderheid omdat een onderzoek tegen hem loopt over het witwassen van illegale campagnebijdragen. Voor de Republikeinen komen de moeilijkheden van de Texaanse topman met verkiezingen volgend jaar in het vooruitzicht bijzonder slecht uit. De Lay is de Republikeinse Godfather die als formidabele fondsenverzamelaar afgevaardigden kan maken of breken. Zelf heeft hij er onder andere voor gezorgd dat het traditioneel democratische Texas nu stevig in Republikeinse handen is.

Alsof dat alles niet genoeg was krijgt Bush nu voor het eerst zware tegenwind uit het Christelijke kamp tegen de benoeming van Harriet Miers tot rechter in het Hooggerechtshof. Voor het eerst is het conservatieve blok verdeeld over een belangrijke beleidsbeslissing van de president. Het einde van een honeymoon.

Johan Depoortere
woensdag 19 oktober 2005

Thursday, September 29, 2005

NO DIRECTION HOME

Gisteren het tweede en laatste deel gezien van de documentaire die Martin Scorsese maakte over Bob Dylan. Genieten! De aandoenlijke krullebol van toen is nu een wiser older man: dieper maar nog altijd enigszins raspend stemgeluid, gegroefde trekken en hier en daar wat grijs. Maar met een charisma dat nog altijd van het scherm spettert.

Als twee reuzenfiguren als Dylan en Scorsese elkaar ontmoeten moeten de vonken er wel af springen. En dat is in No Direction Home absoluut zo. Het procédé van Scorsese heeft niet zo gek veel om het lijf: een interview met het hoofdpersonage als rode draad, strak gefilm in cu – sobere belichting – en daarrond schitterend gemonteerd de muziek en de soundbites van vrienden, collega’s, (ex-)vriendinnen. Meer moet dat inderdaad niet zijn.

Ik voelde tastte en rook de jaren zestig en de betovering van toen was weer helemaal terug: Dekenstraat 89- René die Dylan en Brassens en Pete Seeger speelt en via de enorme luidsprekers van zijn public address-systeem iedereen laat meegenieten. Blonde on Blonde… Highway 61 Revisited,…Like a Rolling Stone…Everybody must get stoned.
Dylan produceerde de schitterendste teksten aan de lopende band. Je ziet hem op zijn mechanische schrijfmachine bonken terwijl rond hem een vrolijke bende aan het lachen en het praten is. Het borrelde zo bij hem op – hij moest het alleen maar opschrijven, zo lijkt het toch.

Waarom was die wat schriele jongen uit Hibbing Minnesota in een keer het icoon van die jaren? Niemand weet het maar als je die zwart-witbeelden terug ziet begrijp je het meteen weer. Hij zelf haatte het zo genoemd te worden maar hij was wel de vleesgeworden geest van de sixties. Je moet er geweest zijn om het te begrijpen…Het hoogtepunt duurde hooguit een jaar of vijf – van 61 tot het motorongeluk in 66. Wat daarna kwam is niet meer van dezelfde orde en daar laat Scorsese zijn documentaire ook eindigen. Geen nood vanavond is Best of the Beatles op Public TV. Wie zei ook weer dat Amerikaanse televisie niets dan rotzooi is?

BAIT AND SWITCH

De auteur van Nickel and Dimed (Barbara Ehrenreich) heeft nu een nieuw boek geschreven. N and D ging over de blue collars die vaak twee of drie jobs moeten doen om rond te komen.Bait and Switch gaat over de goed opgeleide white collar worker die het blijkbaar niet veel beter heeft. Integendeel: als hij uit de boot valt heeft hij niets om op terug te vallen - geen sociaal vangnet, geen ziekteverzekering. Niet voor niets is het leger nieuwe armen voor een groot deel uit die rangen afkomstig.

Net als voor haar eerdere boek ging Ehrenburg onder cover – en onder haar meisjesnaam Barbara Alexander - een job zoeken in de white collar sector. Hallucinant verhaal. Werkloos zijn draagt in die kringen meer nog dan in die van de blue collar worker een sociaal stigma met zich mee. Vandaar de newspeak: ontslagen kaderleden zijn niet werkloos maar in transition. Wie een tijd werkloos is geweest moet heel creatief het gat in zijn curriculum zien te verdoezelen. Losse jobs heten dan counciling.
Een leger free-lance experts staat klaar om de werkzoekende te helpen (tegen 500 dollar per uur) – sommigen tonen je niet alleen de weg naar werk maar ook die naar God.

Barbara Alexander vindt uiteindelijk een job maar uiteindelijk bedankte ze: ze werd niet betaald en moest zelf alle onkosten dragen (auto, representatieve kleren etc). Dat is blijkbaar de nieuwe trend: geen loon, alleen commissie. Risico voor de werkgever nul, voor de werknemer enorm. The American Dream

PINOT GRIGIO

Dit land blijft me verbazen. Gisteren had ik bijna een incident in de supermarkt. Ik kocht een fles Pinot Grigio en aan de kassa moest ik mijn identiteit bewijzen. Zie ik er soms jonger dan achttien uit? Nee een plaatselijk reglement wil dat al wie alcohol aankoopt geregistreerd moet worden. Alcoholist met 1 fles Pinot Grigio? De man aan de kassa was een hispanic (uiteraard want WASPS [1]vind je nauwelijks in dat soort nickel and dime jobs) en hij had het gezond verstand om niet aan te dringen.


[1] White Anglo-Saxon Protestant

Wednesday, September 28, 2005

DIJKEN MOETEN WINST MAKEN

De orkaan Katrina heeft behalve de dijken ook een paar Amerikaanse mythes doorprikt: die bijvoorbeeld van de universele welvaart in Amerika en die van de rassengelijkheid.
Zelfs president Bush heeft de armoede ontdekt en tot twee keer toe herhaalde hij in een toespraak dat doortastende actie nodig is om een einde te maken aan de armoede die wortels heeft in een geschiedenis van rassendiscrimininatie.

Zwarte Amerikanen – ze maakten de meerderheid uit in de stad New Orleans – zijn ervan overtuigd dat aan die discriminatie nog lang geen einde is gekomen ook al zijn de uiterlijke tekenen van het rauwe racisme dat in de jaren zestig nog tot ongestrafte lynchpraktijken leidde uit het openbare leven verdwenen.. Polls tonen aan dat een grote meerderheid van Afro-Amerikanen de late en klungelachtige reactie van de overheid op een ramp die vooral armen en zwarten trof precies aan die erfenis van discriminatie toeschrijven. Dat vertegenwoordigers van de blanke middenklasse dat anders zien bewijst alleen maar dat de twee gemeenschappen elk een totaal andere perceptie hebben van de realiteit.

Het is natuurlijk ook geen toeval dat de meerderheid van de slachtoffers arm en zwart zijn.
Zij wonen nu eenmaal in de meest kwetsbare gebieden omdat de woningen daar het goedkoopst zijn. En er is reden om te vermoeden dat die gebieden kwetsbaar zijn en blijven precies omdat daar minder kapitaalkrachtigen wonen. De waarde van een mensenleven is in de Amerikaanse samenleving immers een marktgegeven. Verzekeringsmaatschappijen zullen met grote precisie kunnen zeggen wat het leven van pakweg een veertigjarige werkloze vrouw in Saint Bernard Parish waard is in vergelijking met dat van een dertigjarige blanke beursmakelaar in Maitairie.

In de Verenigde Staten worden de bouw en het onderhoud van de dijken uitbesteed aan het Army Corps Engineers, zo iets als Rijkswaterstaat in Nederland. Er wordt de laatste weken in de Amerikaanse media herhaaldelijk naar Nederland verwezen als voorbeeld hoe daar het land zich tegen de zee beschermt. Vorig jaar sloot het Corps Engineers zelfs een convenant met Rijkswaterstaat om kennis over dijken te delen. Die kennis kwam blijkbaar te laat om de ramp met Katrina te voorkomen, maar dat de vloedgolf na de orkaan de dijken doorbrak had meer dan alleen technische oorzaken.

In een interview met NRC Handelsblad legt Dave Sanford, een adviseur van het Army Corps of Engineers, uit hoe dat komt. De dijken in New Orleans waren gebouwd om te weerstaan aan een orkaan van categorie drie. Om tegen categorie vier bestand te zijn – het kaliber van Katrina – was véél meer geld nodig geweest, maar dat geld is uit puur economische overwegingen nooit gevraagd De berekening gaat als volgt: Eerst neemt men de voorspelde kosten van de aanleg. Daarna wordt berekend hoeveel het kost als er geen dijk wordt aangelegd en het gebied overstroomt. Pas als de kosten van de aanleg lager zijn dan de voorziene schade bij overstroming, staat het Amerikaanse systeem toe dat een dijk wordt aangelegd. Wij moeten streven naar maximale winst, aldus Dave Sanford in de NRC.

De conclusie is dat de dijken hoger worden naarmate de huizen die erachter staan duurder zijn. Het is deze perverse logica die honderdduizenden armen dakloos heeft gemaakt. Natuurlijk zijn dit keer ook betere wijken getroffen: ook de beursmakelaar in Maitairie heeft zijn huis onder water zien lopen. Maar hij is wellicht verzekerd en zal zonder al te grote problemen een nieuwe start maken. Voor de armen, werklozen, zieken en ouderen ziet de toekomst er zonder meer uitzichtloos uit. Want ondanks de fraaie woorden van de president wachten duizenden verplaatste personen uit New Orleans in sportstadia en shelters verspreid over het Zuiden van de Verenigde Staten nog altijd op substantiële hulp.


Johan Depoortere
22-9-2005

Saturday, September 10, 2005