Wednesday, October 26, 2005

AMERIKAANSE DROOM

Met een beetje goede wil zou je Barbara Ehrenreich de Amerikaanse Günther Walraff kunnen noemen. Net als de Duitse activist-journalist heeft Ehrenreich er haar handelsmerk van gemaakt om zich under cover in een bepaald milieu in te werken en verslag uit te brengen over haar ervaringen. Dat leverde onder andere Nickel and Dimed op: het schokkende relaas van haar leven als dienster, schoonmaakster en caissière in de supermarkt. Ehrenreich ondervond aan den lijve dat je van die blue collar banen nauwelijks kunt leven – in het beste geval overleven door twee of zelfs drie jobs aan te pakken, een flat te delen met een kamergenoot en het verder heel sober aan te doen. Miljoenen Amerikanen bevinden zich in die situatie en hun aantal neemt toe.

In haar jongste boek Bait and Switch gaat Ehrenreich weer under cover, dit keer in de wereld van het bedrijfsleven waar ze zich een plaats probeert te veroveren in het middenkader. Bait and Switch is een term uit de reclamewereld en betekent zo iets als lokmiddel voor de verkoop: een extra-goedkoop artikel in de etalage om de klanten te lokken. Ehrenreich komt terecht in de hallucinante wereld van de werkzoekende white collar worker die er blijkbaar in veel opzichten nog slechter aan toe is dan zijn blue collar collega. Hoe wijd ook de mazen in het Amerikaanse sociale vangnet – die laatste valt niet helemaal in een zwart gat als hij zijn baan verliest. Voor het ontslagen kaderlid is er helemaal niets en wie één keer uit de boot is gevallen heeft het buitengewoon moeilijk om weer aan boord te klimmen.

In haar zoektocht naar een plekje in corporate America komt Ehrenreich tientallen collega’s werkzoekenden tegen die tot voor kort nog een ronkende titel op hun naamkaartje konden schrijven. Enkelen werden enkele dagen vóór hun ontslag nog gelauwerd en geprezen door het topmanagement. Maar als de hakbijl van de downsizing en de herstructurering toeslaat is niemand buiten schot. De voormalige manager of it-spcialist komt in een vicieuze cirkel terecht en slechts weinigen slagen erin een baan op hun vroegere niveau te bemachtigen. Het feit alleen dat je werkloos bent is een zware handicap in je zoektocht naar werk. Het woord werkloos is daarom taboe en op je curriculum heet het dan dat je in transition bent.

Geen wonder dus dat het leger armen in de Verenigde Staten onrustbarend aanzwelt. Sinds 2000 is het aantal mensen onder de officiële armoedegrens met niet minder dan vier miljoen toegenomen. In 2003 waren dat bijna 36 miljoen Amerikanen, 1,3 miljoen meer dan het jaar ervoor. Onder hen zitten veel van die white collar workers die van de sociale ladder zijn afgedonderd. Ehrenreich maakt kennis met collega’s in transition die op een leeftijd van veertig jaar of ouder noodgedwongen weer bij hun ouders zijn gaan intrekken. Het alternatief was de straat.

Ehrenreich zelf komt na bijna een jaar zoeken, duizenden e-mails, tientallen jobbeurzen en nadat ze duizenden dollars heeft gespendeerd aan job coaches, consultancy sessies en bootcamps niet verder dan welgeteld twee jobaanbiedingen. Een verzekeringsmaatschappij en een cosmeticabedrijf bieden haar een baan aan maar geen salaris. Integendeel: ze moet zelf investeren in de producten die ze zal verkopen en waarop ze dan een commissieloon kan krijgen. Geen loon, geen pensioen, geen ziekteverzekering. In één van de twee jobaanbiedingen kan Ehrenreich wel bijkomende ziekteverzekering verkopen maar zelf blijft ze totaal onverzekerd. De jobmarkt voor dit soort commission only banen is in volle expansie. De reden is duidelijk: werkgever investeert geen cent en het risico is helemaal voor de werknemer. De Dood van een Handelsreiziger is meer dan ooit actueel in het Amerika van vandaag.

Tuesday, October 25, 2005

ONBEKEND AMERIKA

Kennen we Amerika? Sinds Alexis deToqueville hebben Europeanen het land aan de andere kant van de oceaan bekeken met een mengsel van ietwat neerbuigende verbazing (de naieve Amerikaan) heimelijke bewondering (de optimistische Amerikaan), lichte jaloezie (de rijke Amerikaan) en uitgesproken ergernis (de arrogante Amerikaan). Sinds de verkiezing en de herverkiezing van de Texaan George W Bush is de balans helemaal naar de kant van de ergernis – zeg maar het afgrijzen overgeslagen: De Ugly American als het ware aan de macht en in het Witte Huis. Natuurlijk zijn de Verenigde Staten niet alleen het land van George W, Donald Trump en Bill Gates maar ook dat van Barbara Ehrenreich die in De achterkant van de Amerikaanse Droom in de huid kruipt van de miljoenen Amerikanen die met het minimumloon moeten (proberen te) overleven, Niet alleen het land van de Red Necks maar ook dat van de East Coast Liberals

In Het land dat zichzelf bemint doet Rudi Rotthier een poging om verder te kijken dan de clichés. Rotthier is één van de weinige – wellicht de enige en zeker de beste – Vlaamse beoefenaar van het journalistieke genre van de reisreportage. Eerder al maakte hij naam en faam met onder andere De Koranroute – het verslag van zijn reizen door het Midden-Oosten. Voor Het land dat zichzelf bemint reisde hij vijftien maanden van hot naar her door het immense Amerika. Hij praatte met studenten van de fundamentalistische Bob Jones University, met daklozen en lobbyisten in Washington, met Afrikaanse immigranten en aan de drank geraakte ex-militairen, met schrijvers en boekhandelaars. Het resultaat is een bont palet van kleine portretjes en meningen zogevarieerd als Amerika zelf. De meeste verhalen zijn de neerslag van toevallige ontmoetingen onderweg, vaak in de bus –of het busstation. Rotthier reist namelijk met het openbaar vervoer – of te voet en dat zorgt voor een bijzondere invalshoek. .

Van het moment dat ik je zag wandelen wist ik dat je geen Amerikaan kon zijn zegt Jaime, een Mexicaanse klusjesman die hij op een van zijn wandelingen tegenkomt. Autoloze Amerikanen zijn in regel niet blank. Pas als hij op weg is naar Florida krijgt Rotthier een groot aantal blanke medereizigers in de bus. Het zijn witten met een busexcuus: hartproblemen, rijbewijs kwijt, auto gestolen. Linda is één van hen: op haar zestigste verplicht om met de bus te reizen. Ze had een luchtvrachtbedrijf in Denver, Colorado maar toen na 11 september de luchtvaartsector in een crisis verkeerde zag ze het bedrijf dat ze zelf uit de grond had gestampt voor haar ogen ten onder gaan. Het vervolg klinkt bekend: spaarcenten opgegeten en dan op zoek naar een alternatief. Dat heeft Linda gevonden in de rijke bejaarden in Florida die haar betalen om hun auto naar huis terug te brengen nadat ze zelf gepakt en gezakt naar hun winterverblijf zijn gereden. Linda reist met de Greyhound van de ene klant naar de andere en de afgelopen maanden heeft ze meer nachten in een auto of een bus geslapen dan in een bed. De achterkant van de Amerikaanse Droom.

Barbara Ehrenreich heeft er een heel boek over geschreven. Rotthier ontmoet de auteur in haar woning op de Florida Keys, temidden van de mangrovestruiken en de naaldvissen die in de zomer uit het water opspringen. Niet direct het optrekje waar je een linkse schrijver zou vermoeden maar haar huis is gelet op de omgeving nog vrij bescheiden.
Ehrenreich steunde in de verkiezingen van 2000 presidentskandidaat Ralph Nader en hielp daarmee George W Bush aan zijn overwinning –een politieke keuze waarvoor ze openlijk het boetekleed aantrok. Kort vóór die verkiezingen dook ze drie maanden onder in de wereld van de Nickel and Dimed: de 25 tot 30 percent van de Amerikanen die letterlijk proberen te overleven op de cijfers na de komma. Voor drie keer een maand ruilde Ehrenreich haar riante villa op de Keys voor een gedeelde flat met slecht sluitende deuren of een stacaravan waarvoor ze dan telkens meer dan de helft van haar loon als dienster of rekkenvulster bij de goedkope winkelketen Walmart moest betalen. Ehrenreich kwam in haar under coveronderzoek naar de wereld van de blue collarworker op een andere planeet terecht. Werkgevers als Walmart voeren de druk op hun personeel dermate op dat meer en meer werknemers aan de kassa luiers moeten dragen omdat ze de plaspauze niet halen. En dat was onder de bloeiende economie in de Clintonjaren, waar velen nu met heimwee aan terugdenken.

Rudi Rotthier begint zijn zoektocht naar de ziel van Amerika in Philadelphia, de stad van de Broederlijke Liefde waar Thomas Jefferson zijn Declaration of Independence neerpende. Hij zit meteen in de dubbelzinnigheid die zo kenmerkend is voor God’s own Country. Jefferson had het zelf niet zo op het opperwezen begrepen maar zijn Onafhankelijkheidsverklaring wordt door fundamentalisten aangegrepen om de aanwezigheid van de Tien Geboden in rechtbanken te verantwoorden en om enkele keren per dag Gods zegen over het land af te roepen. Een slavenhouder die koudweg schrijft dat all men are created equal en dat iedereen het onvervreemdbare recht heeft op Leven, Vrijheid en het Streven naar Geluk.
Theorie en praktijk. In A people’s History of the United States doet de linkse historicus Howard Zinn schitterend uit de doeken hoe handig de Amerikaanse bovenlaag altijd is geweest in het verdoezelen van klassentegenstellingen en hoe ze tegengestelde belangen wisten onder te sneeuwen onder een dikke laag patriottisme en ronkende principeverklaringen. Jefferson ademde de geest van de Europese Verlichting, maar hij stond aan de wieg van een land waar het tot laat in de jaren zestig in sommige staten een misdaad was de evolutietheorie van Darwin te onderwijzen en waar tot twee jaar geleden homoseksualiteit tot gevangenisstraf kon leiden.

In een land waar volgens alle opiniepeilingen de meerderheid van de bevolking voorstander is van algemene ziekteverzekering kiest diezelfde meerderheid een president die wat overblijft aan openbare sociale voorzieningen wil privatiseren. Een christelijke fundamentalist in het Witte Huis verkozen door een meerderheid die op andere momenten zegt geen bezwaren te hebben tegen een wetgeving op humane levensbeëindiging. Nergens wordt de vrijheid van informatie zo geroemd als hier en nergens is de meerderheid van het publiek zo slecht geïnformeerd (Is Belgium the capital of Denmark?) Geen land ter wereld is zo geobsedeerd door gezondheid en fitheid en wellicht geen land ter wereld eet zo ongezond. Vervaldata op levensmiddelen worden in de winkel vlotjes onleesbaar gemaakt of overplakt. Toen voor het eerst een gekke koe op Amerikaanse bodem werd ontdekt volgde een indrukwekkende minimaliseringscampagne in de media: de koe kwam uit Canada, ze had geen familie binnen de landsgrenzen enz. We hebben het veiligste voedsel ter wereld verklaarde een woordvoerder van het ministerie van volksgezondheid maar een paar dagen later becijferde een van de nieuwsmagazines Time of Newsweek dat de Verenigde Staten het geringst aantal voedselcontroles uitvoert van de ontwikkelde landen.

Kunnen we Amerika kennen en bestaat er zo iets als “typisch Amerikaans?” Ik voel me soms alsof ik met behulp van één teen, gedipt in brak water, probeer de oceaan te beschrijven aldus Rotthier. Hij reist bijna de hele tijd door de veelbesproken fifty-fifty nation: stad-platteland, links-rechts. De politieke verhoudingen liggen zelden scherper dan 55-45.Voor elke Bush-fanaat vind je een Bush-hater, voor elke voorstander van de oorlog in Irak vind je een tegenstander. Een linkse die-hard als David Horowitz ziet het neoconservatieve licht en wordt op slag een icoon van rechts. Rudi Rotthier hoedt er zich voor algemene uitspraken te doen over Amerika. Hij registreert wat hij op zijn vijftien maand durende tocht tegenkomt en laat de lezer zijn conclusies trekken.

Ht land dat zichzelf bemint is buitengewoon onderhoudend en vlot geschreven. Rotthier heeft de gave om met enkele woorden een tafereel te schetsen (Linda heeft zichzelf over twee zitjes gedrapeerd) Zijn buurvrouw in de bus smukt zichzelf op: ze begint met haar teennagels,die ze knipt vijlt en schildert en baant zich vervolgens een weg naar haar hoofd, dat ze plamuurt en schildert… Jammer dat deze overigens zeer leesbare tekst te vaak ontsierd wordt door Belgicismen en verkavelingsvlaams (even later komen zijn vrouw en dochter ons vervoegen sic– fier in de betekenis van trots – quasi waar bijna wordt bedoeld, , reinigen voor schoonmaken, weerhouden etc etc). Een beetje redacteur of proeflezer had dit soort taalmisbaksels kunnen uitwieden en de lezer (of sommige lezers) een pak ergernis besparen.

Johan Depoortere
zondag 23 oktober 2005


Het Land dat zichzelf bemint
Rudi Rotthier
Uitgeverij Atlas
463 bladzijden
***

DSL
27-10-05

Saturday, October 22, 2005

WITTE HUIS IN LAST

Rust er een vloek op de tweede ambtstermijn van Amerikaanse presidenten? Zeker is dat weinig bewoners van het Witte Huis de laatste decennia veel plezier hebben beleefd aan hun herverkiezing. Ronald Reagan kreeg een overweldigend mandaat maar ging ei zo na ten onder in het Iran-Contraschandaal. Clinton had zijn Monica Lewinsky en dan was er natuurlijk Watergate, de moeder van alle schandalen die Richard – your president is not a crook – Nixon, met schande overladen, uit Pennsylvania Avenue 1600 dreef.

En nu George W. Twee van zijn naaste politieke medewerkers in opspraak, oproer in de conservatieve achterban en een gerechtelijk onderzoek tegen de twee toprepublikeinen in het Congres. Hoeft het te verbazen dat de publieke opinie de president een slecht rapport geeft? Zijn score is nu al onder veertig percent gezakt – een historisch dieptepunt dat mee te verklaren valt door de uitzichtloze oorlog in Irak, de onvrede over de hoge benzineprijzen en het geklungel na de orkaan Katrina.

Een Watergate is het zeker (nog) niet, maar het Witte Huis maakt zich duidelijk zorgen over de wending die Rovegate de laatste paar weken heeft aangenomen. De vraag is: heeft Karl Rove, de architect van al George W’s verkiezingssuccessen, de naam van CIA-agente Valerie Plame te grabbel gegooid om haar man, ex-ambassadeur Joseph Wilson te treffen? Dat zou gebeurd zijn uit wraak. In januari 2003 had president Bush in zijn State of the Union beweerd dat de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein geprobeerd heeft in het Afrikaanse land Niger uranium te kopen voor het aanmaken van kernwapens. Na een trip naar Niger had ambassadeur Wilson dat in de New York Times publiekelijk weerlegd en dat viel bijzonder slecht in een Witte Huis waarvan bekend is dat het weinig op heeft met dissidente stemmen.

De speciale aanklager die al bijna twee jaar naar het CIA-lek op zoek is komt steeds dichter in de buurt van het Witte Huis, Karl Rove en Scooter Libby, de naaste medewerker van vice-president Cheney. Of er een misdaad is begaan en of Rove, Libby en anderen voor de rechter moeten verschijnen, dat blijft bij het ter perse gaan nogal allemaal in het ongewisse, maar nu al staat vast dat de zaak een verlammend effect heeft op de regering Bush. Rove en Libby zijn twee absolute zwaargewichten en volgens het weekblad Time hebben ze te kennen gegeven dat ze uit het Witte Huis vertrekken als ze in staat van beschuldiging worden gesteld.

Een andere zware klap voor president Bush zijn de juridische problemen van zijn vriend en politieke toeverlaat in het Huis van Afgevaardigden Tom De Lay. De Lay heeft ontslag moeten nemen als leider van de Republikeinse meerderheid omdat een onderzoek tegen hem loopt over het witwassen van illegale campagnebijdragen. Voor de Republikeinen komen de moeilijkheden van de Texaanse topman met verkiezingen volgend jaar in het vooruitzicht bijzonder slecht uit. De Lay is de Republikeinse Godfather die als formidabele fondsenverzamelaar afgevaardigden kan maken of breken. Zelf heeft hij er onder andere voor gezorgd dat het traditioneel democratische Texas nu stevig in Republikeinse handen is.

Alsof dat alles niet genoeg was krijgt Bush nu voor het eerst zware tegenwind uit het Christelijke kamp tegen de benoeming van Harriet Miers tot rechter in het Hooggerechtshof. Voor het eerst is het conservatieve blok verdeeld over een belangrijke beleidsbeslissing van de president. Het einde van een honeymoon.

Johan Depoortere
woensdag 19 oktober 2005

Thursday, September 29, 2005

NO DIRECTION HOME

Gisteren het tweede en laatste deel gezien van de documentaire die Martin Scorsese maakte over Bob Dylan. Genieten! De aandoenlijke krullebol van toen is nu een wiser older man: dieper maar nog altijd enigszins raspend stemgeluid, gegroefde trekken en hier en daar wat grijs. Maar met een charisma dat nog altijd van het scherm spettert.

Als twee reuzenfiguren als Dylan en Scorsese elkaar ontmoeten moeten de vonken er wel af springen. En dat is in No Direction Home absoluut zo. Het procédé van Scorsese heeft niet zo gek veel om het lijf: een interview met het hoofdpersonage als rode draad, strak gefilm in cu – sobere belichting – en daarrond schitterend gemonteerd de muziek en de soundbites van vrienden, collega’s, (ex-)vriendinnen. Meer moet dat inderdaad niet zijn.

Ik voelde tastte en rook de jaren zestig en de betovering van toen was weer helemaal terug: Dekenstraat 89- René die Dylan en Brassens en Pete Seeger speelt en via de enorme luidsprekers van zijn public address-systeem iedereen laat meegenieten. Blonde on Blonde… Highway 61 Revisited,…Like a Rolling Stone…Everybody must get stoned.
Dylan produceerde de schitterendste teksten aan de lopende band. Je ziet hem op zijn mechanische schrijfmachine bonken terwijl rond hem een vrolijke bende aan het lachen en het praten is. Het borrelde zo bij hem op – hij moest het alleen maar opschrijven, zo lijkt het toch.

Waarom was die wat schriele jongen uit Hibbing Minnesota in een keer het icoon van die jaren? Niemand weet het maar als je die zwart-witbeelden terug ziet begrijp je het meteen weer. Hij zelf haatte het zo genoemd te worden maar hij was wel de vleesgeworden geest van de sixties. Je moet er geweest zijn om het te begrijpen…Het hoogtepunt duurde hooguit een jaar of vijf – van 61 tot het motorongeluk in 66. Wat daarna kwam is niet meer van dezelfde orde en daar laat Scorsese zijn documentaire ook eindigen. Geen nood vanavond is Best of the Beatles op Public TV. Wie zei ook weer dat Amerikaanse televisie niets dan rotzooi is?

BAIT AND SWITCH

De auteur van Nickel and Dimed (Barbara Ehrenreich) heeft nu een nieuw boek geschreven. N and D ging over de blue collars die vaak twee of drie jobs moeten doen om rond te komen.Bait and Switch gaat over de goed opgeleide white collar worker die het blijkbaar niet veel beter heeft. Integendeel: als hij uit de boot valt heeft hij niets om op terug te vallen - geen sociaal vangnet, geen ziekteverzekering. Niet voor niets is het leger nieuwe armen voor een groot deel uit die rangen afkomstig.

Net als voor haar eerdere boek ging Ehrenburg onder cover – en onder haar meisjesnaam Barbara Alexander - een job zoeken in de white collar sector. Hallucinant verhaal. Werkloos zijn draagt in die kringen meer nog dan in die van de blue collar worker een sociaal stigma met zich mee. Vandaar de newspeak: ontslagen kaderleden zijn niet werkloos maar in transition. Wie een tijd werkloos is geweest moet heel creatief het gat in zijn curriculum zien te verdoezelen. Losse jobs heten dan counciling.
Een leger free-lance experts staat klaar om de werkzoekende te helpen (tegen 500 dollar per uur) – sommigen tonen je niet alleen de weg naar werk maar ook die naar God.

Barbara Alexander vindt uiteindelijk een job maar uiteindelijk bedankte ze: ze werd niet betaald en moest zelf alle onkosten dragen (auto, representatieve kleren etc). Dat is blijkbaar de nieuwe trend: geen loon, alleen commissie. Risico voor de werkgever nul, voor de werknemer enorm. The American Dream

PINOT GRIGIO

Dit land blijft me verbazen. Gisteren had ik bijna een incident in de supermarkt. Ik kocht een fles Pinot Grigio en aan de kassa moest ik mijn identiteit bewijzen. Zie ik er soms jonger dan achttien uit? Nee een plaatselijk reglement wil dat al wie alcohol aankoopt geregistreerd moet worden. Alcoholist met 1 fles Pinot Grigio? De man aan de kassa was een hispanic (uiteraard want WASPS [1]vind je nauwelijks in dat soort nickel and dime jobs) en hij had het gezond verstand om niet aan te dringen.


[1] White Anglo-Saxon Protestant

Wednesday, September 28, 2005

DIJKEN MOETEN WINST MAKEN

De orkaan Katrina heeft behalve de dijken ook een paar Amerikaanse mythes doorprikt: die bijvoorbeeld van de universele welvaart in Amerika en die van de rassengelijkheid.
Zelfs president Bush heeft de armoede ontdekt en tot twee keer toe herhaalde hij in een toespraak dat doortastende actie nodig is om een einde te maken aan de armoede die wortels heeft in een geschiedenis van rassendiscrimininatie.

Zwarte Amerikanen – ze maakten de meerderheid uit in de stad New Orleans – zijn ervan overtuigd dat aan die discriminatie nog lang geen einde is gekomen ook al zijn de uiterlijke tekenen van het rauwe racisme dat in de jaren zestig nog tot ongestrafte lynchpraktijken leidde uit het openbare leven verdwenen.. Polls tonen aan dat een grote meerderheid van Afro-Amerikanen de late en klungelachtige reactie van de overheid op een ramp die vooral armen en zwarten trof precies aan die erfenis van discriminatie toeschrijven. Dat vertegenwoordigers van de blanke middenklasse dat anders zien bewijst alleen maar dat de twee gemeenschappen elk een totaal andere perceptie hebben van de realiteit.

Het is natuurlijk ook geen toeval dat de meerderheid van de slachtoffers arm en zwart zijn.
Zij wonen nu eenmaal in de meest kwetsbare gebieden omdat de woningen daar het goedkoopst zijn. En er is reden om te vermoeden dat die gebieden kwetsbaar zijn en blijven precies omdat daar minder kapitaalkrachtigen wonen. De waarde van een mensenleven is in de Amerikaanse samenleving immers een marktgegeven. Verzekeringsmaatschappijen zullen met grote precisie kunnen zeggen wat het leven van pakweg een veertigjarige werkloze vrouw in Saint Bernard Parish waard is in vergelijking met dat van een dertigjarige blanke beursmakelaar in Maitairie.

In de Verenigde Staten worden de bouw en het onderhoud van de dijken uitbesteed aan het Army Corps Engineers, zo iets als Rijkswaterstaat in Nederland. Er wordt de laatste weken in de Amerikaanse media herhaaldelijk naar Nederland verwezen als voorbeeld hoe daar het land zich tegen de zee beschermt. Vorig jaar sloot het Corps Engineers zelfs een convenant met Rijkswaterstaat om kennis over dijken te delen. Die kennis kwam blijkbaar te laat om de ramp met Katrina te voorkomen, maar dat de vloedgolf na de orkaan de dijken doorbrak had meer dan alleen technische oorzaken.

In een interview met NRC Handelsblad legt Dave Sanford, een adviseur van het Army Corps of Engineers, uit hoe dat komt. De dijken in New Orleans waren gebouwd om te weerstaan aan een orkaan van categorie drie. Om tegen categorie vier bestand te zijn – het kaliber van Katrina – was véél meer geld nodig geweest, maar dat geld is uit puur economische overwegingen nooit gevraagd De berekening gaat als volgt: Eerst neemt men de voorspelde kosten van de aanleg. Daarna wordt berekend hoeveel het kost als er geen dijk wordt aangelegd en het gebied overstroomt. Pas als de kosten van de aanleg lager zijn dan de voorziene schade bij overstroming, staat het Amerikaanse systeem toe dat een dijk wordt aangelegd. Wij moeten streven naar maximale winst, aldus Dave Sanford in de NRC.

De conclusie is dat de dijken hoger worden naarmate de huizen die erachter staan duurder zijn. Het is deze perverse logica die honderdduizenden armen dakloos heeft gemaakt. Natuurlijk zijn dit keer ook betere wijken getroffen: ook de beursmakelaar in Maitairie heeft zijn huis onder water zien lopen. Maar hij is wellicht verzekerd en zal zonder al te grote problemen een nieuwe start maken. Voor de armen, werklozen, zieken en ouderen ziet de toekomst er zonder meer uitzichtloos uit. Want ondanks de fraaie woorden van de president wachten duizenden verplaatste personen uit New Orleans in sportstadia en shelters verspreid over het Zuiden van de Verenigde Staten nog altijd op substantiële hulp.


Johan Depoortere
22-9-2005

Saturday, September 10, 2005


 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

Evacuatie Posted by Picasa

 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

 Posted by Picasa

De wapens heersen in the Big Easy


Posted by Picasa

 Posted by Picasa

Posted by Picasa

EEN POLITIEKE RAMP

Leven politieke leiders op een andere planeet?
Twee dagen duurde het eer president Bush het de moeite waard vond om zijn vakantie te onderbreken en al zijn aandacht te richten op de hulpverlening na de orkaan Katrina.
De stad New Orleans stond toen al voor tachtig percent onder water en hele steden en dorpen aan de kust van Mississipi waren van de kaart geveegd. Pas vier dagen na de ramp besloot de president het getroffen gebied te bezoeken. Hij bekeek het vanuit de lucht. Het gaf me een sterk deja vu gevoel. Toen de Russische duikboot Koersk in augustus 2000 met man en muis verging kwam een bruingebrande president Poetin in zijn vakantie-oord Sotsji aan de Zwarte Zee nonchalant verklaren dat het allemaal best meeviel en dat de bemanning gered zou worden.

Nu Amerika de terroristische aanslagen van 11 september herdenkt vallen de verschillen met vier jaar geleden meer dan ooit op. Toen greep Bush temidden van het puin een megafoon en zwoer in een spontane en emotionele toespraak dat Amerika zou terugslaan. Met één klap werd de man die op dubieuze manier president was geworden de onbetwiste aanvoerder van een natie die hunkerde naar zekerheid en leiderschap. Nu is die natie meer dan ooit verdeeld. Bush heeft nog altijd de steun van de meeste republikeinen ook al hebben velen vraagtekens bij de manier waarop de president Katrina en de binnenlandse problemen aanpakt. De andere helft van de Amerikanen missen net nu het leiderschap dat nodig is om een crisis het hoofd te bieden die qua ernst en gevolgen 11 september evenaart. Nancy Pelosi, de leider van de democratische minderheid in het Huis van Afgevaardigden noemde het gedrag van Bush in deze crisis “gevaarlijk” en ze verweet de president blind te zijn voor de realiteit.

De pijnlijke realiteit is dat de leiders van de Verenigde Staten ook na 11 september blijkbaar niet in staat zijn de veiligheid van de burgers te verzekeren. Katrina kan vergeleken worden met een terroristische aanslag met massavernietigingswapens, schreef USA-Today. Het centrum van de stad Biloxi aan de kust van de Golf van Mexico zag er na de doortocht van de orkaan uit als Ground Zero na een nucleaire aanval. Toch duurde het dagen eer ik daar de eerste hulpverleners en militairen zag verschijnen. Mensen die alles verloren hadden dwaalden tussen het puin op zoek naar iets eetbaars. Er was geen elektriciteit, geen stroom en geen communicatie met de buitenwereld. Toch is het departement van Binnenlandse Veiligheid na 11 september precies opgericht om dat soort toestanden te voorkomen of het hoofd te bieden.

De Federale dienst voor Rampenbestrijding FEMA, onderdeel van Binnenlandse Veiligheid, blunderde en klungelde dat het niet meer mooi was om aan te zien. FEMA wordt geleid door Michael Brown. De man weet alles van Arabische raspaarden – hij was voorzitter van de Arabian Horses Association – maar van rampenbestrijding heeft hij absoluut geen kaas gegeten. Brown bleek uren na de doortocht van de orkaan van toeten noch blazen te weten en tot overmaat van ramp legde hij de schuld voor de omvang van de catastrofe bij de slachtoffers: die hadden maar op tijd moeten vertrekken vond hij. Toch achtte president Bush het nodig om Brown publiekelijk te prijzen. You’ve done a heck of job Brownie, zei hij bij zijn - te late - bezoek aan New Orleans. Een week later werd Brownie de leiding van de reddingsoperatie ontnomen, maar hij blijft directeur van FEMA.

Voor zwart Amerika is het duidelijk dat de reactie helemaal anders was geweest als niet arme zwarten maar rijke blanken het slachtoffer waren geworden van de natuurramp.
Zeventig percent van de ondervraagden in een recente opiniepeiling onder Afrikaans - Amerikanen vonden dat ras inderdaad wel een rol heeft gespeeld. Slechts een veertig percent van de blanken zijn het daarmee eens. Waaruit nog maar eens blijkt dat Amerika ook raciaal nog altijd dieper verdeeld is dan op het eerste gezicht lijkt.