Saturday, June 11, 2005

DEEP THROAT

Bob Woodward en Carl Bernstein zijn terug van weggeweest. Twee oudere grijze heren zijn het nu en als ze in één van de vele talkshows en nieuwsprogramma’s te zien zijn worden we steevast geconfronteerd met de beroemde jeugdfoto van de jonge verslaggevers met de haren in de stijl van die dagen tot bijna op de schouder. We schrijven 1972 en de twee waren net als ondergetekende beginnende journalisten. Woodward en Bernstein stonden onderaan in de pikorde van de sterk hiërarchisch ingestelde Amerikaanse journalistiek: ze schreven voor de Metrosectie van de krant, wat bij ons ongeveer overeenkomt met de regionale bladzijde. Korte tijd later werden ze het beroemdste journalistenduo ter wereld, met bewondering en een licht gevoel van afgunst gevolgd door een jonge journalist van de toenmalige BRT, die voor het journaal in die dagen bijna dagelijks een portie Watergate te verwerken kreeg.

Woodward en Bernstein danken hun terugkeer in de spotlights aan de Watergate-rage die de Amerikaanse media overspoelt nu de bron onthuld is voor hun artikelenreeks over het schandaal dat Richard Nixon in 1974 tot aftreden dwong. Deep Throat.bleek dus Mark Felt te zijn, destijds de tweede man van het FBI. De onthulling heeft de hele discussie over de Nixonperiode en Watergate weer doen oplaaien en Felt wordt naargelang van de politieke voorkeur een held dan wel een verrader genoemd. Ook president George Bush voelde zich genoopt om iets over dat roerige hoofdstuk in de Amerikaanse geschiedenis te mompelen maar de president hield zich op de vlakte. Hij had zich zelf ook wel eens afgevraagd wie Deep Throat wel kon zijn maar hij was de hele kwestie intussen grotendeels vergeten.

Toch heeft president Bush misschien meer reden dan wie ook om Watergate te onthouden. De politieke instincten van de president stammen voor een groot deel uit het trauma van de Nixon-episode en dat geldt ook voor verschillende van zijn naaste medewerkers. Zowel vice-president Dick Cheney als minister van Defensie Donald Rumsfeld bekleedden hoge functies in het Witte Huis van Nixon en ze dienden allebei ook onder diens opvolger Gerald Ford. Net als hun baas zijn ze ervan overtuigd dat de uitvoerende macht in die tijd al te veel pluimen heeft gelaten en ze doen er alles aan om de macht en de invloed van de president te herstellen en te verstevigen.

Er is nog een andere reden waarom George W zich Watergate ongetwijfeld beter herinnert dan hij wil toegeven. Zijn vader en voorganger in het Witte Huis was één van de hardnekkigste verdedigers van Richard Nixon, ook toen al overduidelijk was geworden dat Nixon het Amerikaanse volk en het Congres had belogen over zijn betrokkenheid bij de Watergate-inbraak. George H W Bush reisde van hot naar her door de Verenigde Staten om Nixon in de ogen van de publieke opinie wit te wassen. Bush Senior schreef net als Nixon zelf alle ellende op rekening van een vijandige pers die tot elke prijs Nixons politieke vel wou. Niet voor niets is het huidige Witte Huis zo goed als lekvrij en niet voor niets interpreteert de regering Bush de Freedom of Information Act die haar verplicht officiële documenten vrij te geven zo restrictief mogelijk.

Intussen duiken ook nu weer de vragen op die net als dertig jaar geleden onbeantwoord blijven. Wat zochten de vijf inbrekers die op 17 juni 1972 in het Democratische verkiezingshoofdkwartier werden betrapt precies en wie had de opdracht gegeven tot de klungelig uitgevoerde clandestiene operatie? Is het toeval dat ze alle vijf oudgedienden waren van de mislukte CIA- invasie op de Varkensbaai op Cuba zo een tien jaar daarvoor en waarom was Nixons eerste bezorgdheid dat met Watergate de “hele Varkensbaai-affaire” weer in de openbaarheid zou komen? Vader Bush is goed bevriend met kopstukken van de Varkensbaai-veteranen en veel wijst erop dat hij zelf een rol heeft gespeeld in de mislukte invasie. Misschien nog een reden voor George W om zijn geheugen op te frissen.

Johan Depoortere
9 juni 2005

No comments: